ECLI:NL:RBROT:2026:42

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
11608328 CV EXPL 25-7109
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 RvBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsachterstand huur bedrijfsruimte toegewezen aan verhuurder

In deze zaak vordert Ligusterbaan Vastgoed B.V. betaling van een huurachterstand van €7.825,62 van de huurder die een bedrijfsruimte huurde en inmiddels ontruimd heeft. De huurder betwist de hoogte van de vordering en de einddatum van de huurbetaling.

De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst is geëindigd per 31 december 2024, zoals bevestigd door de verhuurder, en dat de huurder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een eerdere beëindiging of hogere borgbetaling. De vordering wordt daarom toegewezen inclusief wettelijke rente vanaf 18 maart 2025.

Daarnaast worden incassokosten conform de wettelijke staffel en proceskosten van in totaal €1.476,78 aan de verhuurder toegekend. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten tot 31 december 2024.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11608328 CV EXPL 25-7109
datum uitspraak: 9 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Ligusterbaan Vastgoed B.V.,
vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde], h.o.d.n. [handelsnaam],
vestigingsplaats: Den Haag,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘Ligusterbaan Vastgoed’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 18 maart 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de brief van Ligusterbaan Vastgoed van 28 november 2025, met een eisvermindering en bijlagen.
1.2.
Op 11 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [naam 1] en [naam 2] namens Ligusterbaan Vastgoed met mr. F. Ackermans namens haar gemachtigde. [gedaagde] is, hoewel op de juiste wijze opgeroepen, zonder bericht, niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurde de bedrijfsruimte aan de [adres] van Ligusterbaan Vastgoed. De huurovereenkomst is beëindigd en [gedaagde] heeft de bedrijfsruimte ontruimd en verlaten. Volgens Ligusterbaan Vastgoed is er echter nog een betalingsachterstand van € 7.825,62. Zij vordert daarom dit bedrag met rente en kosten. [gedaagde] is het daar niet mee eens. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
De beëindigingsdatum en de huurachterstand
2.2.
Tussen partijen is in geschil tot welke datum de huur verschuldigd is. [gedaagde] stelt dat er afspraken waren om de huur per september 2024 te beëindigen, maar zij heeft deze stelling niet onderbouwd. Uit de overgelegde correspondentie volgt juist dat Ligusterbaan Vastgoed de opzegging heeft bevestigd tegen 31 december 2024. Van een akkoord met een beëindiging per september 2024 is niet gebleken. Ook blijkt nergens uit dat [gedaagde], zoals zij stelt, de sleutels in september 2024 in de postbus heeft gedaan. Er wordt dan ook uitgegaan dat op 31 december 2024 de huurovereenkomst is geëindigd en de verplichting tot betaling van de huur dus tot die datum loopt. [gedaagde] stelt ook nog dat zij een hogere borg heeft betaald dan de door Ligusterbaan Vastgoed verrekende € 1.028,-.
Zij heeft echter nagelaten om, ondanks haar aankondiging, enige onderbouwing daarvan te geven. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de berekening van Ligusterbaan Vastgoed. Een en ander betekent dat de vordering tot betaling van € 7.825,62 wordt toegewezen.
Incassokosten en rente
2.3.
De incassokosten worden toegewezen conform de staffel uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, berekend over de toegewezen hoofdsom. Dit komt neer op een bedrag van € 766,28. De rente wordt toegewezen, omdat Ligusterbaan Vastgoed genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Ligusterbaan Vastgoed moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 543,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.476,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Ligusterbaan Vastgoed dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ligusterbaan Vastgoed te betalen € 8.591,90 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 7.825,62 vanaf 18 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Ligusterbaan Vastgoed worden begroot op € 1.476,78;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954