ECLI:NL:RBROT:2026:412

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
10-324139-20
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte veroordeeld voor opzettelijk bezit van XTC-pillen met MDMA

Op 13 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 23 december 2020 in Schiedam ongeveer 2.473 XTC-pillen (1.138,2 gram) opzettelijk aanwezig heeft gehad. De verdachte, geboren in 1994, was de bestuurder van een Renault Megane waarin de pillen onder de bestuurdersstoel waren aangetroffen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de pillen en dat deze zich binnen zijn beschikkingsmacht bevonden. De verdachte werd vrijgesproken van medeplegen, omdat er onvoldoende bewijs was voor een nauwe en bewuste samenwerking met anderen. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 5 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De beslissing is gebaseerd op de ernst van het feit, de omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn van berechting. De rechtbank heeft de verdachte ook gewaarschuwd dat hij zich tijdens de proeftijd niet aan strafbare feiten mag schuldig maken.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-324139-20
Datum uitspraak: 13 januari 2026
Data zittingen: 17 februari 2021 en 30 december 2025
Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen,
laatst opgegeven woon- of verblijfplaats:
[adres].
Advocaat van de verdachte: mr. J.M.C. Wessels
Officier van justitie: mr. I. Barendregt
Kern van het vonnis
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij samen met een ander ongeveer 2.473 XTC-pillen (1.138,2 gram) opzettelijk aanwezig heeft gehad. Op de zitting stond ter discussie of de verdachte zich hieraan schuldig heeft gemaakt. De rechtbank oordeelt op basis van het dossier dat kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aangetroffen XTC-pillen en deze binnen de machtssfeer van de verdachte bevonden en komt dan ook tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.
Leeswijzer
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - samen met een ander ongeveer 2.473 XTC-pillen (1.138,2 gram) opzettelijk aanwezig heeft gehad. De volledige tenlastelegging is opgenomen in hoofdstuk 1.
De beschuldiging is bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bewijsmiddelen staan in hoofdstuk 2.
Het feit en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staat in hoofdstuk 3.
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 5 maanden met aftrek waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren. In hoofdstuk 4 wordt uitgelegd waarom deze straf wordt opgelegd.
In hoofdstuk 6 staan alle beslissingen in het kort.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:
hij op of omstreeks 23 december 2020 te Schiedam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2.473 XTC-pillen (1.138,2 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het ten laste gelegde feit. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2.
Oordeel van de rechtbank
2.2.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte opzettelijk ongeveer 2.473 XTC-pillen (1.138,2 gram)
aanwezig heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.2.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de
bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie [2]
Wij hoorden dat aan ons portofonisch het navolgende werd doorgegeven: ‘Eerder vanmiddag is een Franse Renault Clio met drie inzittenden gecontroleerd. Bij deze controle is een aantal XTC-pillen aangetroffen en inbeslaggenomen. Wij hebben vervolgens deze Renault Clio onopvallend gevolgd. (…) Deze Renault Clio staat momenteel geparkeerd naast een andere auto, namelijk een Renault Megane. Wij hebben gezien dat er tasjes vanuit de Megane in de kofferbak van de Clio werden gelegd. Wij hebben het vermoeden dat er verdovende middelen worden overgedragen.’
Op 23 december 2020 kwamen wij ter plaatse te Schiedam. (…) Tevens zagen wij direct daarnaast een grijze Renault Megane geparkeerd staan, voorzien van het kenteken: [kenteken] (Frankrijk). Wij zagen dat er in de grijze Renault Megane een man op de bestuurdersstoel zat. (…) Bij het doorzoeken van de Renault Megane zag ik onder de stoel van de bestuurder een wit/blauwkleurig plastic tasje van Albert Heijn. Bij het openen van dit tasje zag ik direct een grote hoeveelheid paarskleurige pillen. Ik zag dat deze paarse pillen waren bedrukt met een symbool van het automerk ‘Maserati’. Wij hebben de eerder genoemde man die als enige in de betreffende Renault Megane zat, aangehouden. De man bleek te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ([geboorteland]).
Van alle aangetroffen pillen en de hoedanigheid waarin zij zijn aangetroffen, is een aantal fotografische opnamen gemaakt. Deze foto’s zijn als bijlage aan dit proces-verbaal toegevoegd.
2.
Kennisgeving van inbeslagneming [3]
Omstandigheden: pillen werden aangetroffen in een blauwkleurig Albert Heijn tasje, welke onder de bestuurdersstoel was weggestopt. Betrof een Renault Megane voorzien van Frans kenteken [kenteken].
Goednummer: [nummer 1]
Goednummer: [nummer 2]
Goednummer: [nummer 3]
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
Goednummer: [nummer 2]
Aantal: 990
Omschrijving: sealbag met daarin paarse ovale tabletten voorzien van opdruk: Maserati en 300 mg
SIN van monster: [SIN-nummer 1]
Gewicht netto: 455,5 gram
Goednummer: [nummer 1]
Aantal: 991
Omschrijving: sealbag met daarin paarse ovale tabletten voorzien van opdruk: Maserati en 300 mg
SIN van monster: [SIN-nummer 2]
Gewicht netto: 456,2 gram
Goednummer: [nummer 3]
Aantal: 491
Omschrijving: afgesloten boterhamzak met daarin paarse ovale tabletten voorzien van opdruk: Maserati en 300 mg
SIN van monster: [SIN-nummer 3]
Gewicht netto: 226 gram
4.
Deskundigenverslag [5]
Kenmerk Omschrijving Resultaat
[SIN-nummer 1] monster, 23 gleuftabletten (à 0,47 gram), paars, bevat MDMA
diepdruk bovenzijde: Maserati logo,
diepdruk onderzijde: ‘Maserati 300 mg NL’
[SIN-nummer 2] monster, veertien gleuftabletten (à 0,47 gram), paars, bevat MDMA
diepdruk bovenzijde: Maserati logo,
diepdruk onderzijde: ‘Maserati 300 mg NL’
[SIN-nummer 3] monster, zeventien gleuftabletten (à 0,47 gram), paars bevat MDMA
diepdruk bovenzijde: Maserati logo,
diepdruk onderzijde: ‘Maserati 300 mg NL’
2.2.2.
Bewijsmotivering
Vaststelling van de feiten en omstandigheden
Op basis van de bewijsmiddelen en de overige stukken in het dossier stelt de rechtbank de
volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 23 december 2020 werd in een Renault Clio met Frans kenteken een
gebruikershoeveelheid pillen, vermoedelijk XTC, aangetroffen. Vermoed werd dat de
inzittenden van dit voertuig mogelijk nieuwe pillen zouden gaan halen en om deze reden werd
besloten dit voertuig te volgen. Tijdens de observatie werd waargenomen dat dit
voertuig naast een Renault Megane met Frans kenteken [kenteken] parkeerde waarna werd
besloten om beide voertuigen onder observatie te nemen. Waargenomen werd dat er vanuit
de Renault Megane een aantal tasjes uit de achterbak werd gepakt en dat deze werden
neergezet in de achterbak van de Renault Clio. Hierop werd besloten om beide voertuigen te
controleren.
Bij het doorzoeken van de Renault Megane werd onder de stoel van de bestuurder een
wit/blauwkleurig plastic tasje van Albert Heijn aangetroffen met daarin paarskleurige pillen. Nader onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut heeft uitgewezen dat deze pillen MDMA bevatten.
Aanwezig hebben harddrugs
Voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van de drugs is vereist dat bij
verdachte sprake was van wetenschap van de aanwezigheid van de drugs en dat hij daarover
beschikkingsmacht had. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Ten aanzien van de Renault Megane met het Franse kenteken [kenteken] staat vast dat de
verdachte deze auto heeft gehuurd en heeft bestuurd. Bij de doorzoeking van deze auto is
onder de bestuurdersstoel een blauwe Albert Heijn tas met daarin verdovende middelen, te
weten MDMA, aangetroffen. Deze plek was niet zodanig verborgen dat iemand die de auto
kent dit niet had kunnen zien en weten. De tas met verdovende middelen lag direct onder de zitplaats van de bestuurder, de plek waar de verdachte zich als gebruiker van de auto bevond. Gelet op deze feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat
verdachte wetenschap had van de verdovende middelen in de auto. De auto werd bestuurd
door de verdachte en de verdachte had daarmee ook beschikkingsmacht over de drugs.
Medeplegen
De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of er sprake is van het ten laste gelegde
medeplegen. Nodig daarvoor is een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of
anderen. Bij de beoordeling of dat het geval is, kan rekening worden gehouden met onder
meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de
voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het strafbare feit en het belang van de rol van verdachte, zijn aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op
een daartoe geëigend tijdstip. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de bewijsmiddelen in het dossier niet geconcludeerd kan worden dat er tussen verdachte en (een) ander(en) een
nauwe en bewuste samenwerking bestond ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. De
rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het medeplegen.
2.2.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 23 december 2020 te Schiedam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2.473 XTC-pillen (1.138,2 gram), bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het ten laste gelegde feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
4.2.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van harddrugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs als (zoals in dit geval) MDMA pillen eenmaal in handen van gebruikers ernstige gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren. Door zijn handelen is de verdachte mede verantwoordelijk voor de nadelige effecten die door het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Daar komt bij dat de productie en verkoop van harddrugs vaak gepaard gaat met ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit, waarbij het gebruik van geweld niet wordt geschuwd. Verdachte heeft hier met zijn handelen aan bijgedragen en dit eveneens in stand gehouden. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
4.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 januari 2021 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
4.2.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 23 december 2020, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ruim vijf jaar verstreken.
Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn ruim drie jaar is geschonden. Dit heeft gevolgen voor de op te leggen straf.
4.2.4.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
De LOVS oriëntatiepunten schrijven ten aanzien van het aanwezig hebben van een hoeveelheid van 1000 tot 1500 gram harddrugs een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden voor. Gelet op de overschrijving van de redelijke termijn in deze zaak zal een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden (met aftrek) waarvan 3 maanden voorwaardelijk worden opgelegd. Het voorwaardelijk strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 1 is omschreven, heeft gepleegd.
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar.
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 5 (zegge: vijf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
3 (zegge: drie) maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (zegge: twee) jaren, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.P. Hameete, voorzitter,
en mrs. R.P. van der Weide en B.E.M. van Andel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Wuijckhuijse, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 januari 2026.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [nummer 4].
2.Pagina’s 8 t/m 14 inclusief bijlagen.
3.Pagina’s 16 en 17.
4.pagina 25 t/m 28.
5.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina’s 1 en 2 met zaaknummer 2021.02.10.148 (aanvraag 001) d.d. 12 februari 2021.