Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4110

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/711770 / JE RK 25-2589
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging uithuisplaatsing met toewerken naar gefaseerde terugplaatsing bij moeder

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2020, die momenteel in een pleeggezin verblijft. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, stemt in met het verzoek en werkt aan verbetering van haar thuissituatie met ondersteuning van HomeRun.

De kinderrechter constateert dat de GI toewerkt naar een gefaseerde terugplaatsing van de minderjarige bij de moeder, waarbij de omgang wordt uitgebreid en onbegeleide momenten worden gestart. De moeder heeft positieve stappen gezet, waaronder afronding van een taakstraf en inschrijving voor therapie, en bereidt zich voor op terugkeer van het kind.

De kinderrechter acht verlenging van de machtiging noodzakelijk om een zorgvuldige en duurzame terugplaatsing mogelijk te maken. Daarbij wordt benadrukt dat onduidelijkheid over de financiering van hulpverlening geen belemmering mag vormen voor het inzetten van de noodzakelijke ondersteuning. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is mondeling uitgesproken op 26 maart 2026.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 15 juli 2026 met het oog op een gefaseerde terugplaatsing bij de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/711770 / JE RK 25-2589
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. J.J. Boelaars, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 29 januari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de briefrapportage van de GI van 3 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum;
  • een brief van de advocaat van de moeder van 24 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum;
  • de aanvullende briefrapportage van de GI, ontvangen op 26 maart 2026.
1.2.
Op 26 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat.
1.3.
De kinderrechter stelt vast dat de GI wel juist is opgeroepen, maar de GI is zonder bericht van verhindering niet verschenen. De kinderrechter heeft de jeugdbeschermer ter zitting telefonisch geprobeerd te bereiken, maar dat is niet gelukt.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 15 juli 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 januari 2026 de machtiging [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 4 mei 2026.

3.Het verzoek van de GI

3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Hiervan zijn reeds drie maanden verleend. Er dient nog te worden beslist over de resterende duur, te weten tot 15 juli 2026. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Door en namens de moeder is ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. Het gaat beter met de moeder. Ze werkt aan het op orde brengen van haar woning en ontvangt daarbij ondersteuning van HomeRun. Sinds kort is de koers van de GI gewijzigd en zal de GI stapsgewijs gaan toewerken naar een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder. De moeder is gemotiveerd om de zorg voor [voornaam minderjarige] weer op zich te nemen. Het is positief dat er nu beweging in de situatie is gekomen. Voor een verantwoorde terugplaatsing is passende opvoedondersteuning noodzakelijk. Op dit moment lijkt de inzet daarvan te stagneren als gevolg van onduidelijkheid over de financiering bij de gemeente. De advocaat van de moeder geeft aan te zullen kijken of het mogelijk is om hier beweging in te krijgen. Ook wordt de GI verzocht om te onderzoeken welke alternatieve mogelijkheden beschikbaar zijn om de benodigde ondersteuning tijdig in te zetten.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1] De kinderrechter legt hierna uit waarom.
5.2.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de GI toewerkt naar een gefaseerde terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder. De omgang wordt uitgebreid en onbegeleide momenten worden opgestart. De kinderrechter ziet dat de moeder positieve stappen heeft gezet en gemotiveerd is om de zorg voor [voornaam minderjarige] weer op zich te nemen. Zo heeft de moeder haar taakstraf afgerond, staat zij ingeschreven voor therapie en ontvangt zij praktische ondersteuning. Daarnaast werkt zij actief aan het op orde brengen van haar woning en bereidt zij zich zichtbaar voor op een terugkeer van [voornaam minderjarige] . Tegelijkertijd is het noodzakelijk dat de terugplaatsing zorgvuldig wordt voorbereid, zodat de situatie duurzaam kan worden vormgegeven. Op dit moment moeten nog verschillende stappen worden gezet, waaronder het verder uitbreiden van de omgang en het organiseren van passende ondersteuning in de thuissituatie. Gelet hierop is het noodzakelijk dat de machtiging tot uithuisplaatsing nog voor de resterende duur wordt verlengd, zodat deze gefaseerde terugplaatsing kan plaatsvinden. De kinderrechter benadrukt tot slot dat eventuele financieringsvraagstukken geen belemmering mogen vormen voor het inzetten van de noodzakelijke hulpverlening en daarmee de thuisplaatsing.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 15 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 7 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.