Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4102

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
12050691 CV EXPL 26-1270
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 558 RvArt. 6:96 lid 2 sub c BWArt. 6:44 BWArt. 6:119 BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot afsluiting energietoevoer wegens ontbreken geldig contract

Stedin Netbeheer B.V. vordert toestemming om de energietoevoer bij de woning van gedaagde af te sluiten omdat er sinds 3 juli 2025 geen geldig energiecontract meer bestaat. Gedaagde heeft ondanks verzoeken geen nieuw contract afgesloten of de aansluitingen laten verwijderen.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet heeft onderbouwd dat er een geldig contract is, waardoor Stedin gerechtigd is tot afsluiting en gedaagde dit moet gedogen, ook via tijdelijke ontruiming. De afsluitkosten van € 250,25 worden toegewezen onder de voorwaarde dat afsluiting daadwerkelijk plaatsvindt.

Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 120,00 en proceskosten van € 363,71 toegewezen. Gedaagde heeft reeds € 280,21 betaald, wat eerst op incassokosten en daarna op proceskosten wordt verrekend, zodat nog € 203,50 aan proceskosten resteert. Wettelijke rente over de incassokosten wordt eveneens toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Stedin mag de energietoevoer afsluiten en gedaagde moet afsluitkosten, incassokosten, rente en proceskosten betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12050691 CV EXPL 26-1270
datum uitspraak: 17 april 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 16 december 2025, met bijlagen;
  • het antwoord tijdens de rolzitting van 14 januari 2026;
  • de repliek.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] woont aan de [adres] in [woonplaats] . In zijn woning zit een gas- en elektriciteitsaansluiting van Stedin. Sinds 3 juli 2025 is er voor dit adres geen contract meer met een energieleverancier. Stedin heeft [gedaagde] meerdere keren verzocht om een nieuw contract af te sluiten of de aansluitingen te laten weghalen, maar hij heeft hier niet op gereageerd. Daarom is Stedin deze rechtszaak gestart. Zij vordert nu dat zij toestemming krijgt om de aansluitingen in de woning af te sluiten of weg te nemen en dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van de afsluiting van € 250,25, buitengerechtelijke incassokosten van € 120,00, rente en de proceskosten. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Volgens hem heeft hij inmiddels een contract bij een energieleverancier. Verder heeft hij
€ 280,21 betaald. Geoordeeld wordt dat Stedin de energietoevoer mag afsluiten en dat [gedaagde] nog € 203,50 moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Afsluiting energie
2.2.
Bij repliek heeft Stedin gemotiveerd betwist dat er sprake is van een geldig energiecontract. Het is dan aan [gedaagde] om te onderbouwen dat dat wel zo is maar dat heeft hij niet gedaan. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat er geen sprake is van een geldig energiecontract. Stedin mag daarom tot afsluiting overgaan en [gedaagde] moet dit gedogen, zo nodig door middel van een tijdelijke ontruiming op grond van artikel 558 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De (voorwaardelijke) vordering tot betaling van de afsluitkosten van € 250,25 zal eveneens worden toegewezen, voor het geval Stedin daadwerkelijk tot feitelijke afsluiting overgaat.
Incasso- en proceskosten
2.3.
Stedin vordert € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Deze kosten zijn toewijsbaar. Stedin heeft onweersproken gesteld dat zij en haar gemachtigde vóór de dagvaarding buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht waaronder het versturen van meerdere aanmaningen en het afleggen van huisbezoeken. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) komen redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor vergoeding in aanmerking. De kantonrechter acht de hoogte van het bedrag, dat niet is betwist, redelijk en voldoende onderbouwd.
2.4.
Omdat [gedaagde] ongelijk krijgt, moet hij de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). Deze kosten zijn in totaal € 363,71. Dit bedrag bestaat uit € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 139,00 aan griffierecht, € 83,00 aan salaris voor de gemachtigde van Stedin (1 punt x
€ 40,00 voor de dagvaarding en 1 punt x € 43,00 voor de repliek) en € 21,50 aan nakosten. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.5.
Vaststaat dat [gedaagde] op 14 januari 2026 € 280,21 heeft betaald. Stedin heeft terecht gewezen op de wettelijke regel voor de toerekening van betalingen (artikel 6:44 BW Pro). Deze regel bepaalt dat een betaling eerst in mindering wordt gebracht op de gemaakte kosten en pas daarna op een eventuele hoofdsom.
2.6.
[gedaagde] is in totaal € 483,71 (€ 120,00 aan incassokosten en € 363,71 aan proceskosten) aan Stedin verschuldigd. Reden wordt gezien om de betaling eerst in mindering te brengen op de incassokosten en dan op de proceskosten. Dit betekent dat [gedaagde] nog € 203,50 aan proceskosten moet betalen.
Rente
2.7.
Stedin maakt ook aanspraak op wettelijke rente over de incassokosten vanaf de datum van de dagvaarding. Die rente wordt toegewezen, omdat Stedin genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stedin dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat Stedin gerechtigd is om het perceel aan de [adres] in [woonplaats] te betreden teneinde werkzaamheden te verrichten bestaande uit het opnemen van de meterstanden en het afsluiten van de energietoevoer, al dan niet door middel van terugname van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting zijnde de
  • elektriciteitsaansluiting met EAN-code [EAN-code 1] en meternummer [meternummer 1]
  • gasaansluiting met EAN-code [EAN-code 2] en meternummer [meternummer 2] en
die werkzaamheden te verrichten door middel van gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming van het pand op grond van artikel 558 Rv Pro;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] te gedogen dat Stedin de onder 3.1. genoemde werkzaamheden aan het adres verricht;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] , onder de opschortende voorwaarde dat Stedin daadwerkelijk tot afsluiting is overgegaan, tot betaling van € 250,25 aan afsluitkosten;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 203,50 aan proceskosten met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 120,00 vanaf 16 december 2025 tot 14 januari 2026;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954