Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4067

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/715360 / JE RK 26-366 en C/10/715374 / JE RK 26-368
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen en de machtiging tot uithuisplaatsing van één van hen. De zitting vond plaats op 26 maart 2026, waarbij de vader en oma als belanghebbenden niet verschenen. De minderjarigen werden gehoord, maar gaven geen mening.

De kinderrechter constateerde dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de thuissituatie bij de vader, met name vanwege zijn alcoholproblematiek en spanningen binnen het gezin. De vader is recent gestart met een behandeltraject, maar dit is nog te pril om stabiliteit te garanderen. Eén minderjarige verblijft bij de oma en ontwikkelt zich daar positief, terwijl de andere bij de vader woont maar moeite heeft met het uiten van zorgen en het accepteren van hulp.

Gezien deze omstandigheden acht de kinderrechter verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van beide minderjarigen te waarborgen. Tevens wordt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de oma verlengd om haar stabiele woonomgeving te behouden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en schriftelijk vastgelegd op 7 april 2026.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor een jaar vanwege aanhoudende zorgen over de thuissituatie en het belang van stabiliteit voor de minderjarigen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/715374 / JE RK 26-368
C/10/715360 / JE RK 26-366
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] . hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
en ten aanzien van C/10/715374 / JE RK 26-368:
[naam oma mz],
hierna te noemen de oma mz, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Ten aanzien van C/10/715360 / JE RK 26-366:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 23 februari 2026, ingekomen op diezelfde datum;
  • het bericht van de vader van 22 maart 2026.
Ten aanzien van C/10/715374 / JE RK 26-368:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 23 februari 2026, ingekomen op diezelfde datum;
- het bericht van de oma mz van 23 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
De vader en de oma mz zijn, na voorafgaande kennisgeving, niet verschenen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 9 april 2025.
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij dezelfde beschikking de machtiging verlengd [voornaam minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin, te weten bij de oma mz tot 9 april 2026.

3.De verzoeken van de GI

Ten aanzien van C/10/715360 / JE RK 26-366:
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ten aanzien van C/10/715374 / JE RK 26-368:
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
De GI handhaaft de verzoeken en licht deze als volgt toe. Er zijn nog steeds zorgen over de thuissituatie bij de vader. Er is sprake van een langdurig patroon van meldingen bij Veilig Thuis, onder meer in verband met verslavingsproblematiek van de vader en spanningen binnen het gezin. De vader heeft zich echter recent aangemeld voor behandeling bij Ready for Change in Rotterdam en kan volgende week al starten met dagbehandeling. De GI acht dit een zeer positieve ontwikkeling, maar vindt het nog te vroeg om de situatie als stabiel te beoordelen. [voornaam minderjarige 1] verblijft bij de oma mz en heeft er zelf voor gekozen om daar te blijven wonen. Het gaat goed met haar. Zij functioneert goed op school, heeft haar behandeling afgerond en laat zien dat zij zich positief ontwikkelt. Haar perspectief ligt bij de oma mz. Vanuit deze situatie heeft zij contact met de vader. De machtiging tot uithuisplaatsing is nodig om [voornaam minderjarige 1] ’s verblijf bij de oma mz te kunnen voortzetten. [voornaam minderjarige 2] woont bij de vader. Met haar gaat het naar omstandigheden goed, maar zij heeft moeite om haar zorgen te uiten en staat niet open voor hulpverlening. Eerder ingezette therapieën zijn niet van de grond gekomen. De GI ziet dat het gezin een gesloten systeem is en dat zij niet altijd het achterste van hun tong laten zien. Hierdoor is het moeilijk om zicht te hebben op hoe het echt met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] gaat. Vaak komt informatie indirect tot de jeugdbeschermer. De komende periode zal de GI betrokken moeten blijven om zicht te houden op [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ’s ontwikkeling en veiligheid in de thuissituatie bij de vader, mede gelet op de recente incidenten.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat zowel ten aanzien van [voornaam minderjarige 2] als ten aanzien van [voornaam minderjarige 1] aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Ten aanzien van C/10/715360 / JE RK 26-366 ( [voornaam minderjarige 2] )
5.2.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [voornaam minderjarige 2] nog steeds in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn aanhoudende zorgen over de thuissituatie bij de vader, met name in verband met zijn alcoholproblematiek en de spanningen binnen het gezin, waarbij ook de partner van de vader een rol speelt. Recente incidenten, waarbij sprake is geweest van escalaties en politie-inzet, onderstrepen deze zorgen. Daarnaast maakt de kinderrechter zich zorgen over het emotioneel functioneren van [voornaam minderjarige 2] . Zij uit haar gevoelens nauwelijks en staat niet open voor hulpverlening, terwijl uit onderzoek blijkt dat ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van psychomotorische therapie, wel geïndiceerd is. Dit maakt dat onvoldoende zicht bestaat op hoe het daadwerkelijk met haar gaat en of zij zich veilig en evenwichtig kan ontwikkelen. De kinderrechter acht het positief dat de vader zich recent heeft aangemeld voor behandeling van zijn verslavingsproblematiek en dat hij gemotiveerd lijkt om een verandering in gang te zetten. Dit is een belangrijke stap. Tegelijkertijd is deze ontwikkeling nog pril en moet eerst blijken of dit leidt tot duurzame verbetering in de thuissituatie. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling nog steeds nodig is om zicht te houden op de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige 2] en om de benodigde hulpverlening te waarborgen. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar.
Ten aanzien van C/10/715374 / JE RK 26-368 ( [voornaam minderjarige 1] )
5.3.
Op basis van de stukken en de zitting blijkt ook dat [voornaam minderjarige 1] nog steeds in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [voornaam minderjarige 1] heeft veel meegemaakt en is belast met traumatische ervaringen. Voor haar is een stabiele, voorspelbare en veilige opvoedomgeving van groot belang. De kinderrechter stelt vast dat [voornaam minderjarige 1] inmiddels geruime tijd bij de oma mz verblijft en dat zij zich daar positief ontwikkelt. Ze functioneert goed op school, heeft haar behandeling succesvol afgerond en zit beter in haar vel. De plaatsing bij de oma mz biedt haar de rust en stabiliteit die zij nodig heeft. Daarbij weegt de kinderrechter mee dat [voornaam minderjarige 1] zelf uitdrukkelijk heeft aangegeven bij de oma mz te willen blijven wonen en dat alle betrokkenen, waaronder de vader, deze wens respecteren. Hoewel het contact met de vader over het algemeen goed verloopt, zal gelet op de leeftijd en ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] aan haar wens een zwaar gewicht moeten worden toegekend en is een thuisplaatsing bij vader op dit moment niet aan de orde. De kinderrechter acht het van belang dat [voornaam minderjarige 1] vanuit de huidige stabiele situatie bij de oma mz het contact met haar vader kan blijven onderhouden. Deze balans draagt bij aan haar verdere ontwikkeling. Daarnaast acht de kinderrechter het van belang dat de GI betrokken blijft om deze situatie te blijven volgen, het contact met de vader te monitoren en erop toe te zien dat [voornaam minderjarige 1] de rust en duidelijkheid behoudt die zij nodig heeft. Ook kan de GI bezien of en wanneer verdere hulpverlening voor [voornaam minderjarige 1] alsnog passend is. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter zal daarom de maatregelen verlengen voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
Ten aanzien van C/10/715360 / JE RK 26-366 ( [voornaam minderjarige 2] )
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] tot 9 april 2027;
Ten aanzien van C/10/715374 / JE RK 26-368 ( [voornaam minderjarige 1] )
6.2.
verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de oma mz, tot 9 april 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 7 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.