De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2011, vanwege spanningen tussen de ouders die leiden tot een bedreiging van de ontwikkeling van het kind. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar slagen er onvoldoende in om samen een stabiele opvoedsituatie te creëren. De minderjarige vertoont grensoverschrijdend gedrag, verzuimt op school en ervaart emotionele problemen zoals somberheid en depressieve klachten.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de ouders, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland Zuid aanwezig. De minderjarige werd gehoord en gaf aan zich emotioneel vlak te voelen. De gecertificeerde instelling onderschreef de zorgen en benadrukte de noodzaak van hulpverlening voor zowel het kind als de ouders, met aandacht voor de complexe dynamiek tussen de ouders.
De kinderrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan en dat deze noodzakelijk is om de ontwikkeling van de minderjarige te beschermen. De ondertoezichtstelling wordt toegewezen voor een periode van drie maanden, met de opdracht aan de gecertificeerde instelling om een concreet plan van aanpak op te stellen en de voortgang te rapporteren. De beslissing is direct uitvoerbaar bij voorraad en de zaak wordt aangehouden voor een pro forma zitting op 1 april 2026 om de situatie opnieuw te beoordelen.