De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft momenteel bij de vader en stiefmoeder, maar er is geen geschikte plek gevonden voor een alternatieve plaatsing. De GI heeft diverse pogingen ondernomen, waaronder contact met Timon en Team Zorgbemiddeling, maar door gebrek aan medewerking van de vader is de zoektocht tot nu toe zonder resultaat gebleven.
De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat, ondersteunt de inzet van een nieuwe jeugdbeschermer met ruime ervaring in behandelsettings en verzoekt om een verlenging van maximaal drie maanden om de situatie te monitoren. De kinderrechter stelt vast dat de zorgen zoals eerder omschreven onverminderd aanwezig zijn en dat de verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd tot 1 juni 2026, met een pro forma aanhouding van de beslissing over het resterende deel tot 1 mei 2026. De GI wordt verzocht om twee weken voor die datum een rapportage te overleggen over de stand van zaken. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.