Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4041

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/713438 / JE RK 26-88
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:260 BWJeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en benoeming bijzondere curator voor vijf minderjarige kinderen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen en de benoeming van bijzondere curatoren op grond van artikel 1:250 BW Pro.

De kinderen wonen bij hun moeder en hebben al geruime tijd geen contact met hun vader, wat een ontwikkelingsbedreiging vormt. De GI heeft geprobeerd contactherstel te bevorderen via een traject bij Agathos, maar dit stagneert door het ontbreken van overeenstemming tussen de ouders, met name doordat de vader weigert mee te werken aan de zorgovereenkomst. De vader betwist de effectiviteit van de hulpverlening en verzoekt om vervanging van de GI en benoeming van een bijzondere curator, terwijl de moeder instemt met verlenging en benoeming.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkelingsbedreiging nog steeds aanwezig is en verlengt de ondertoezichtstelling voor zes maanden. De verzoeken tot vervanging van de GI worden afgewezen. Gezien de belangenstrijd tussen de ouders en het uitblijven van consensus, worden twee bijzondere curatoren benoemd om de belangen van de kinderen te behartigen en onderzoek te doen naar hun wensen en de dynamiek tussen ouders en kinderen.

De bijzondere curatoren krijgen een uitgebreide opdracht en dienen te rapporteren binnen de termijn van de ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de vader zijn zelfstandige verzoeken worden afgewezen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen wordt verlengd voor zes maanden en twee bijzondere curatoren worden benoemd om hun belangen te behartigen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713438 / JE RK 26-88
Datum uitspraak: 17 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en benoeming bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW Pro
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4],
geboren op [geboortedatum 4] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 4] ,
[minderjarige 5],
geboren op [geboortedatum 5] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 5] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. F. Çelen, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bijgestaan door advocaat mr. R.G.J. Kerkhof, kantoorhoudende in Gilze.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 16 januari 2026;
  • het gezinsplan van de GI van 3 februari 2026;
  • het verweerschrift van de advocaat van de vader met bijlagen van
11 februari 2026;
- de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 12 februari 2026, ingediend door de advocaat van de moeder op 16 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 4] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 4] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 4] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] verlengd tot 22 februari 2026.

3.Het verzoek van de GI

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het verzoek als volgt toe. De ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen is nog steeds aanwezig. Naast het uitblijven van contact tussen de kinderen en de vader zijn er zorgen over de loyaliteitsproblematiek en de emotionele belasting van de kinderen, mede door de aanhoudende strijd die de ouders met elkaar voeren.
In het kader van contactherstel is Agathos ingeschakeld voor een onafhankelijke triage en advies over passende hulpverlening. De opdracht was om te onderzoeken op welke wijze het contact hersteld kan worden en welke begeleiding daarbij nodig is. De GI ontkent dat opdracht is gegeven tot begeleide omgang. Agathos heeft advies uitgebracht, waar beide ouders hun akkoord op moeten geven. De moeder heeft ingestemd, zij het met een kanttekening, maar de vader weigert de zorgovereenkomst te ondertekenen. Hierdoor dreigt het traject bij Agathos geen doorgang te vinden. De ingezette hulpverlening loopt daarmee feitelijk vast. Andere middelen om omgang te realiseren heeft de GI niet voorhanden. De GI kan de kinderen niet dwingen tot contact en wil dat ook niet. De GI benadrukt dat herstel van contact uitsluitend kans van slagen heeft wanneer dit plaatsvindt op geleide van het tempo van de kinderen. Druk of dwang werkt averechts en belemmert juist de hulpverlening. Voor een effectieve uitvoering van de ondertoezichtstelling is een minimale vorm van commitment van beide ouders noodzakelijk. Anders komt de hulpverlening niet van de grond en wordt uiteindelijk het punt bereikt dat de GI de ondertoezichtstelling moet afsluiten omdat er geen manieren zijn om de ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen weg te nemen. De jeugdbeschermer ervaart dat de voortdurende discussie over de aard van de hulpverlening en de integriteit van betrokken professionals, de uitvoering van de ondertoezichtstelling belemmert.
De GI benadrukt dat zij handelt binnen de kaders van de Jeugdwet en steeds heeft geprobeerd passende hulpverlening in te zetten. De jeugdbeschermer wijst er daarnaast op dat door het indienen van meerdere klachten en procedures door de vader heel veel tijd en energie verloren gaat aan klachtbehandeling en verantwoording. Deze tijd gaat ten koste van de feitelijke uitvoering van de ondertoezichtstelling en het werken aan concrete hulpverlening voor de kinderen. De jeugdbeschermer ervaart dat dit de voortgang van het traject belemmert en bijdraagt aan de huidige impasse. Gelet op de impasse verzoekt de GI de kinderrechter om concrete doelen te stellen voor de uitvoering van de eventuele ondertoezichtstelling. De GI acht voortzetting van de ondertoezichtstelling op dit moment noodzakelijk, zodat in het belang van de kinderen alsnog passende hulpverlening kan worden ingezet en gewerkt kan worden aan contactherstel met de vader. Gelet op de voortdurende belasting die de ondertoezichtstelling voor de kinderen en beide ouders met zich brengt, ziet de GI geen aanleiding, zoals namens de vader is verzocht, een verlenging voor de duur van twaalf te verzoeken.

4.De standpunten

4.1.
Namens de vader heeft de advocaat van de vader primair verzocht het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af te wijzen. Volgens de vader is het dwangkader niet langer passend. De afgelopen jaren heeft de ondertoezichtstelling niet geleid tot herstel van contact of verbetering van de situatie. De vader stelt dat de ontwikkelingsbedreiging wel wordt benoemd, maar dat de ingezette hulpverlening niet effectief is gebleken. Hij ziet daarom geen meerwaarde in voortzetting van de maatregel. Subsidiair is namens de vader verzocht om, indien de ondertoezichtstelling wordt verlengd, dit voor de duur van één jaar te doen, de GI te vervangen en een bijzondere curator te benoemen. De vader acht het noodzakelijk dat een onafhankelijke derde onderzoekt wat de kinderen daadwerkelijk nodig hebben en waar hun weerstand tegen contact vandaan komt. Volgens de vader is sprake van een loyaliteitsconflict en een zelfbeschermingsmechanisme bij de kinderen dat deze weerstand veroorzaakt. Hij betwist dat sprake is van een negatief vaderbeeld en voert aan dat de kinderen op andere momenten, zoals op school en bij voetbal, wel positief op hem reageren. Ten aanzien van Agathos stelt de vader dat vanaf het begin is ingezet op begeleide omgang, terwijl dit volgens hem niet in lijn is met het raadsadvies en eerdere rechterlijke beslissingen. Hij geeft aan bereid te zijn hulpverlening te accepteren, maar niet wanneer de uitkomst volgens hem vooraf vaststaat. De vader is van mening dat omgang in tussenstappen kan worden opgebouwd, bijvoorbeeld door laagdrempelig contactmomenten zonder begeleiding. Hij acht het belastend voor met name [minderjarige 5] om in een voor hem onbekende setting begeleide omgang te moeten hebben, gelet op zijn autisme. De vader betwist dat hij hulpverlening structureel frustreert. Hij stelt weliswaar kritische vragen over de gekozen koers van de GI, maar dat niet betekent niet dat hij niet wil meewerken. Volgens hem wordt te eenzijdig vanuit de GI geredeneerd en is sprake van een tunnelvisie. Hij heeft klachten ingediend omdat hij zich niet altijd correct bejegend voelt door de opeenvolgende jeugdbeschermers. Bovendien zijn enkele klachten gegrond zijn verklaard. De vader acht het van belang dat met een frisse blik naar de situatie wordt gekeken. De vader benadrukt dat het de toekomst van de kinderen essentieel is dat zij hun identiteit erkennen. Het uitblijven van contact acht hij op de lange termijn schadelijk voor hun ontwikkeling. De vader stemt desgevraagd in met een door de kinderrechter voorgestelde duo-benoeming van twee bijzondere curatoren, mits dit daadwerkelijk onafhankelijk gebeurt en niet vanuit een reeds vastgestelde hulpverleningsrichting.
4.2.
Namens de moeder is ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI en als volgt toegelicht. De moeder acht het van belang dat er duidelijkheid komt en dat hulpverlening daadwerkelijk van de grond komt. De advocaat van de moeder verwijst naar de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 12 februari 2026, waarin uitvoerig is stilgestaan bij de voorgeschiedenis en de positie van de kinderen. De moeder geeft aan dat zij steeds heeft meegewerkt aan de ingezette hulpverlening en ook instemt met het traject bij Agathos. Zij betreurt het dat dit traject geen doorgang dreigt te vinden doordat de vader hier niet mee instemt. Volgens de moeder is Agathos een deskundige en onafhankelijke partij die zorgvuldig te werk is gegaan. Ten aanzien van het voorstel om gezamenlijk contactmomenten te hebben, bijvoorbeeld in een informele setting, heeft de moeder verklaard dat zij niet bereid is om samen met de vader in één ruimte te zijn. Dit is ook het voorbehoud dat ze heeft gemaakt bij haar aanvaarding van het Agathos-traject. De moeder is wel bereid tot individuele hulpverlening en begeleiding, maar niet tot gezamenlijke activiteiten met de vader. De moeder benadrukt dat met name [minderjarige 5] extra kwetsbaar is, gelet op zijn autisme en ontwikkelingsachterstand. Volgens haar is hij gebaat bij rust, voorspelbaarheid en specialistische begeleiding. Zij acht het daarom niet passend om hem zonder voorbereiding of begeleiding bij de vader te laten verblijven, nu hij de vader al ruim twee jaar niet heeft gezien. Ten aanzien van de benoeming van een bijzondere curator heeft de moeder verklaard daarmee te kunnen instemmen, indien dit kan bijdragen aan duidelijkheid en rust voor de kinderen. Zij geeft wel aan dat de kinderen inmiddels veel zittingen hebben meegemaakt en dat zij belast worden door telkens opnieuw hun verhaal te moeten doen. De moeder heeft tot slot naar voren gebracht dat zij hoopt dat de hulpverlening in het belang van de kinderen wordt voortgezet.

5.De beoordeling

Ondertoezichtstelling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat de ontwikkelingsbedreiging nog steeds aanwezig is. De kern daarvan ligt in het langdurig uitblijven van contact tussen de kinderen en de vader. Het ontbreken van contact raakt aan de identiteitsontwikkeling van de kinderen en brengt risico’s mee op het gebied van loyaliteitsproblematiek en emotionele belasting. Daarmee is sprake van een situatie die hun ontwikkeling kan schaden. De kinderrechter stelt vast dat de GI heeft geprobeerd hulpverlening via Agathos in te zetten, met als opdracht te onderzoeken hoe de kinderen weer onbelast contact met de vader kunnen en welke begeleiding daarbij passend is. Agathos heeft als advies voor aanpak voorgesteld het bezoek van [minderjarige 5] met de vader gedurende tenminste drie maanden te begeleiden - waarmee niet wordt bedoeld begeleide omgang -, kindbegeleiding in te zetten voor [minderjarige 3] en [minderjarige 4] en parallel solo ouderschap voor de ouders. Dit traject kan echter geen doorgang vinden zolang geen overeenstemming bestaat over de zorgovereenkomst. Zoals het hof Den Haag in zijn uitspraak van 12 februari 2026 ook heeft overwogen, moet, om contactherstel te bereiken, sprake zijn van samenwerking tussen beide ouders en de hulpverlening. Die blijft tot op heden uit, mede als gevolg van de strijd die de vader tegen de hulpverlening lijkt te voeren. Ook tijdens deze zitting heeft de vader aangegeven niet te willen meewerken aan het traject van Agathos. Daarmee is een impasse ontstaan. De kinderrechter constateert dat de ontwikkelingsbedreiging hierdoor niet is verminderd. Dat de kinderen op dit moment geen contact wensen, maakt niet dat de bedreiging is weggenomen.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] voor de duur van zes maanden. De kinderrechter acht een verlenging voor de duur van zes maanden passend. Daarmee wordt enerzijds de noodzakelijke ruimte geboden om het onderzoek van de bijzondere curatoren af te wachten en verdere stappen te zetten, en anderzijds wordt de maatregel niet langer voortgezet dan op dit moment noodzakelijk is.
Vervanging GI
5.4.
Het verzoek van de vader tot vervanging van de GI wordt afgewezen. De kinderrechter heeft niet kunnen vaststellen dat de GI tekort is geschoten in de uitvoering van haar taken. Overdracht van het dossier aan een andere GI is daarbij niet in het belang van de kinderen. Zij hebben baat bij rust en stabiliteit. De kan van slagen dat er tussen de vader en een nieuwe GI wel een goede samenwerkingsrelatie tot stand komt en ook stand houdt, acht de kinderrechter gelet op de voorgeschiedenis, klein. Immers, ook een nieuwe GI zal steeds een belangenafweging moeten maken, waarbij de belangen van de kinderen op de eerste plaats zullen komen en vervolgens zullen de belangen van zowel de vader als die van de moeder moeten worden afgewogen.
Benoeming bijzondere curatoren
5.5.
De kinderrechter onderkent dat de situatie complex is en dat de standpunten van de ouders sterk uiteenlopen. Gebleken is dat zich een belangenstrijd in de zin van artikel 1:250 BW Pro voordoet. Het lukt de ouders al jaren niet om in het belang van hun kinderen op enige manier tot consensus te komen. Hierdoor hebben de kinderen hun vader al jarenlang niet gezien. Zij hebben een negatief vaderbeeld en krijgen niet de kans om dit beeld door nieuwe ervaringen met de vader om te buigen. Hierdoor komt hun identiteitsontwikkeling in gevaar. De inzet van hulpverlening is gestagneerd door de strijd die de vader jegens de hulpverlening lijkt te voeren. De vader heeft daarentegen een eigen beeld van de situatie en is van mening dat de oudste vier kinderen wel degelijk contact met hem hebben gehad buiten afwezigheid van de moeder, wat door de kinderen als positief een veilig is ervaren. Volgens hem pas het verschil in uitingen van de kinderen in een loyaliteitsconflict.
Gelet hierop acht de kinderrechter het in het belang van de kinderen noodzakelijk dat onafhankelijke personen als bijzondere curatoren hun belangen zowel in als buiten rechte gaan vertegenwoordigen.
5.6.
[naam 2] , advocaat, en [naam 3] , gedragsdeskundige, zijn bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator voor de kinderen op te treden. Zij zullen hiertoe door de kinderrechter worden benoemd. De moeder en de vader hebben ter zitting ingestemd met deze een duo-benoeming.
5.7.
De bijzondere curatoren krijgen als opdracht de belangen van de kinderen ter zake te behartigen en:
  • te onderzoeken wat de werkelijke wensen en behoeften zijn van de kinderen ten aanzien van contact met hun vader;
  • te onderzoeken welke omgevingsfactoren (dynamiek tussen de ouders en/of andere factoren) een rol spelen bij de mening van de kinderen en op welke manier deze factoren een rol spelen;
  • te onderzoeken waarin de weerstand zit die de kinderen hebben ten opzichte van (het contact met hun vader) en te vertellen wat helpt om deze weerstand te verminderen;
  • te onderzoeken welke dynamiek tussen de ouders onderling en tussen de ouders en de kinderen een risico vormen voor het uitblijven van contactherstel en vertellen wat partijen kunnen doen om dit risico te verminderen;
  • te vertellen wat de ouders kunnen doen om hun kinderen te ontlasten.
5.8.
De bijzondere curatoren worden verzocht in ieder geval gesprekken te voeren met de ouders en de oudste vier kinderen. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de bijzondere curatoren ook met [minderjarige 5] spreken, tenzij zij van mening zijn dat dit niet goed is voor hem of niet mogelijk gelet op zijn kindeigen problematiek.
5.9.
De kinderrechter verzoekt de bijzondere curatoren de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren op grond van artikel 1:250 BW Pro, zoals gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, in acht te nemen.
5.10.
De bijzondere curatoren zullen optreden voor vier of vijf kinderen. De rechtbank is – met het oog op de toepassing van de vergoedingsregeling inzake rechtsbijstand - en toevoegcriteria – van oordeel dat sprake is, althans hoogstwaarschijnlijk zal zijn, van per kind uiteenlopende belangen.
5.11.
Het staat de bijzondere curatoren vrij het onderzoek in te richten zoals hen dat in het belang van de kinderen lijkt. Voor het uitvoeren van de opdracht is het noodzakelijk dat ouders meewerken aan het onderzoek van de bijzondere curatoren. Als ouders niet meewerken, kan het gebeuren dat de kinderrechter daaruit de conclusies trekt die ongunstiger zijn dan wanneer de ouders wel hadden meegewerkt.
5.12.
De bijzondere curatoren zullen rapporteren binnen de toe te wijzen ondertoezichtstelling en zullen de rapportage ook inbrengen in de familiezaak met zaaknummer C/10/711176 / FA RK 25/9224. Hoewel het verzoek van de vader in die procedure alleen ziet op omgang met [minderjarige 5] , heeft de moeder tijdens de zitting aangekondigd dat zij in die procedure verweer zal voeren en zelfstandige verzoeken zal indienen die zien op alle kinderen. Indien tegen de afloop van de toe te wijzen ondertoezichtstelling een verlengingsverzoek van de ondertoezichtstelling is ingediend, zullen de bijzondere curatoren de rapportage ook inbrengen bij het verlengingsverzoek.
5.13.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] tot 22 augustus 2026;
6.2.
benoemt tot bijzondere curator teneinde [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 5] in en buiten rechte te vertegenwoordigen [naam 2] , kantoorhoudende te [adres 1] en [naam 3] , kantoorhoudende te [adres 2] ;
6.3.
bepaalt dat deze benoeming geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling;
verzoekt de bijzondere curatoren aan de rechtbank te rapporteren uiterlijk tegen de onder 6.1. genoemde afloopdatum van de ondertoezichtstelling en de rapportage in de familiezaak met zaaknummer C/10/711176 / FA RK 25/9224 in te brengen;
6.4.
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst de zelfstandige verzoeken van de vader af .
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 26 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.