Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4032

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/702840 / JE RK 25-1402
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens complexe problematiek en bedreigde ontwikkeling minderjarige

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010, die al zes maanden onder toezicht stond. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, woont met de minderjarige samen en stemde in met het verzoek. De minderjarige vertoont zelfbepalend en vermijdend gedrag, waardoor noodzakelijke hulpverlening, waaronder een behandeltraject bij Forta, dreigt te stagneren.

Tijdens de zitting met gesloten deuren werd de minderjarige gehoord en konden aanwezigen reageren op haar verhaal. De gezinsvoogd en de GI bevestigden de problematiek, waaronder suïcidale gedachten en een eetstoornis, en benadrukten de noodzaak van voortgezette hulpverlening. De kinderrechter constateerde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door complexe gezinsproblematiek, langdurig schoolverzuim en medische omstandigheden.

Hoewel de moeder zich inzet voor hulpverlening, lukt het haar onvoldoende om de minderjarige te begrenzen en hulp structureel te laten plaatsvinden. De kinderrechter achtte daarom verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk voor zes maanden, met directe uitvoerbaarheid, om de continuïteit van passende hulpverlening te waarborgen. De minderjarige heeft behoefte aan autonomie en moet betrokken worden bij beslissingen die haar betreffen.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor zes maanden tot 7 augustus 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/702840 / JE RK 25-1402
Datum uitspraak: 4 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 7 augustus 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het rapport van de Raad, ontvangen op 22 december 2025.
1.2.
Op 4 februari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige] was aanwezig bij de uitspraak en heeft deze dus zelf kunnen horen van de kinderrechter.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 augustus 2025 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 7 februari 2026.

3.Het aangehouden verzoek van de Raad

3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Hier zijn reeds zes maanden van toegewezen en voor het overig verzochte aangehouden. Er dient dus nog te worden beslist op de resterende zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Enerzijds ziet de Raad dat de moeder betrokken is en de geboden hulp graag wil aangrijpen. Anderzijds laat [voornaam minderjarige] zelfbepalend en vermijdend gedrag zien, waardoor noodzakelijke hulpverlening moeilijk van de grond komt. Afspraken worden niet altijd nagekomen en het lukt [voornaam minderjarige] soms niet om mee te werken aan behandelmomenten. Hierdoor dreigt bijvoorbeeld een belangrijk behandeltraject bij Forta te stoppen, terwijl iedereen het erover eens is dat hulp dringend nodig is.

4.De standpunten

4.1.
De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad en als volgt toegelicht. Zij maakt zich grote zorgen om [voornaam minderjarige] ’s mentale welzijn. De moeder ziet een uitgeputte, zwakke [voornaam minderjarige] . Hoewel [voornaam minderjarige] dit niet erkent, lijdt zij aan een eetstoornis. De moeder vindt het belangrijk dat [voornaam minderjarige] passende hulp krijgt. De afgelopen periode is weinig hulpverlening van de grond gekomen vanwege [voornaam minderjarige] ’s medische omstandigheden, maar ook vanwege wisselingen bij de jeugdbescherming. Inmiddels komt de hulpverlening weer op gang en staat een nieuwe afspraak bij Forta gepland in februari. De moeder wil graag dat de jeugdbeschermer betrokken blijft, zodat de benodigde hulp daadwerkelijk wordt ingezet en volgehouden.
4.2.
De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad en dit als volgt toegelicht. De afgelopen periode is weinig hulpverlening van de grond gekomen, mede vanwege medische problematiek van [voornaam minderjarige] . Ook heeft een wisseling plaatsgevonden van jeugdbeschermer. De nieuwe jeugdbeschermer heeft inmiddels kennis gemaakt met de moeder en is ook op de hoogte gebracht van [voornaam minderjarige] ’s suïcidale gedachten. De jeugdbeschermer maakt zich nu nog geen acute zorgen, omdat [voornaam minderjarige] aangeeft dat zij niet zal acteren op haar donkere gedachten. Vanwege de grote zorgen wordt de casus echter wel besproken binnen het crisisinterventieteam. De GI beoordeelt in overleg met iHub welke aanvullende hulpverlening ingezet moet worden.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er is sprake van complexe problematiek binnen het gezin. Zowel [voornaam minderjarige] als de moeder zijn kwetsbaar. Er spelen grote zorgen over [voornaam minderjarige] ’s mentale welzijn, waaronder haar sombere en suïcidale gedachten en signalen van een eetstoornis. Daarnaast is sprake van langdurig schoolverzuim. [voornaam minderjarige] is gedurende een periode vanwege medische redenen opgenomen geweest in het ziekenhuis, maar ook daarvoor was al sprake van veelvuldig schoolverzuim. Hierdoor komt haar ontwikkeling op meerdere leefgebieden onder druk te staan. Hoewel de moeder betrokken is en zich inspant om hulp te organiseren, lukt het haar tot op heden onvoldoende om [voornaam minderjarige] te begrenzen en de noodzakelijke hulpverlening structureel te laten plaatsvinden. [voornaam minderjarige] heeft last van vermijdend gedrag, waardoor afspraken niet worden nagekomen en behandeltrajecten dreigen te stagneren. Eerder ingezette hulpverlening is voortijdig beëindigd of niet van de grond gekomen. Om deze redenen acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de inzet van passende hulpverlening geborgd blijft door middel van een ondertoezichtstelling. Daarbij neemt de kinderrechter in aanmerking dat de moeder openstaat voor hulpverlening en er aanwijzingen zijn dat ook [voornaam minderjarige] hiervoor ontvankelijk is. [voornaam minderjarige] heeft als 14-jarig meisje behoefte aan autonomie en zij zal meegenomen moeten worden in de beslissingen die haar betreffen. Voor het slagen van de hulpverlening is van belang dat [voornaam minderjarige] een luisterend oor wordt geboden en dat een passend gewicht wordt toegekend aan wat zij wenst. De kinderrechter benadrukt dat zij zich, zoals zij ook aan [voornaam minderjarige] heeft verteld, flinke zorgen maakt over [voornaam minderjarige] .
Het is verdrietig om te zien hoe moeilijk [voornaam minderjarige] het heeft op dit moment. Zij verdient het dat het goed gaat met haar. De kinderrechter gunt het haar zeer dat zij de grote mensen om zich heen kan (gaan) vertrouwen en dat zij de problemen waar zij nu mee te maken heeft kan aanpakken.De inzet van de hulpverlening en GI is hierbij zondermeer noodzakelijk en dient voortvarend te worden opgepakt.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van het resterende verzoek, te weten voor de duur van zes maanden.
5.4.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 7 augustus 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.