Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4025

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/708045 / JE RK 25-2081
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met complexe gedragsproblemen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige met ernstige gedrags- en veiligheidsproblemen. De minderjarige verblijft momenteel in een gesloten accommodatie bij Elker in Groningen, waar intensieve één-op-één begeleiding wordt geboden.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de incidenten rondom de minderjarige fors zijn toegenomen, met name in de nachtelijke uren, en dat de huidige begeleiding onvoldoende leidt tot stabilisatie. De gedragswetenschapper adviseert een korte verlenging van de gesloten plaatsing om op korte termijn duidelijkheid te verkrijgen over het perspectief van de minderjarige, met het oog op intensieve traumatherapie en mogelijke alternatieven zoals ambulante hulp.

De minderjarige en haar moeder steunen een korte verlenging, mits er een concreet behandelplan en toekomstperspectief wordt opgesteld. De kinderrechter concludeert dat de wettelijke voorwaarden voor verlenging van de machtiging zijn vervuld en machtigt de GI om de gesloten plaatsing met twee maanden te verlengen, met nadruk op het belang van regie en afstemming tussen betrokken instanties.

Uitkomst: De machtiging voor gesloten jeugdhulp wordt verlengd met twee maanden tot 22 maart 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708045 / JE RK 25-2081
Datum uitspraak: 21 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] ,
bijgestaan door advocaat mr. D. Vermaat, kantoorhoudende in Barendrecht.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[persoon A],
hierna te noemen de begeleider van Elker.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 22 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de briefrapportage van de GI van 30 december 2025;
  • de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 21 januari 2026.
1.2.
Op 21 januari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] met haar advocaat;
- de moeder;
  • twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] ;
  • de begeleider van Elker.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij Elker in Groningen.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 april 2025 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 24 april 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 oktober 2025 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 22 januari 2026.

3.Het aangehouden verzoek van de GI

3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Hiervan zijn reeds drie maanden toegewezen en is de beslissing voor het overig verzochte aangehouden. Er dient nog te worden beslist over de resterende drie maanden.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. In de afgelopen periode zijn de incidenten rondom [voornaam minderjarige] fors toegenomen. Met name in de nachturen loopt de spanning op, waarbij agressief gedrag richting begeleiding ontstaat. Het patroon van ontregeling lijkt zich te verergeren. In de afgelopen week hebben meerdere incidenten plaatsgevonden, waarbij ook de politie is betrokken. [voornaam minderjarige] is onlangs overgeplaatst naar een maatwerkvoorziening met één-op-één begeleiding, gericht op stabilisatie. Zij verblijft daar inmiddels twee tot drie weken. Ondanks deze intensieve begeleiding blijven incidenten optreden. Tijdens verlof bij moeder heeft zich bovendien een incident voorgedaan waarbij de politie moest worden ingezet. [voornaam minderjarige] kan gelet hierop nog niet naar huis. Eerst zal traumatherapie moeten worden ingezet. [voornaam minderjarige] zal eerst moeten stabiliseren voordat met behandeling kan worden gestart. De eerste gesprekken met de behandelaar moesten herhaaldelijk worden verplaatst omdat [voornaam minderjarige] zich had onttrokken. De komende tijd zal moeten blijken of behandeling van [voornaam minderjarige] binnen Elker kans van slagen heeft. Als Elker niet passend blijkt, moet uitgezocht worden welke alternatieve voorziening dan wel geschikt is. Parallel loopt een onderzoek via het NIFP (het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie), maar dit is eveneens gestagneerd doordat [voornaam minderjarige] niet beschikbaar was om het hieruit voortvloeiende advies te bespreken. Hierdoor beschikt de GI nog niet over de uitkomst van het onderzoek. Gelet op deze omstandigheden is een gesloten setting voor [voornaam minderjarige] op dit moment noodzakelijk om stabilisatie en behandeling mogelijk te maken. De GI handhaaft daarom het resterende verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden, ondanks dat de gedragswetenschapper een kortere duur adviseert.

4.Het advies van de gedragswetenschapper

4.1.
De gedragswetenschapper stemt in met een korte verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] kampt met forse gedrags- en veiligheidsproblemen, waaronder zelfbeschadiging, suïcidaal gedrag, agressie en vluchtdrang. Ondanks de huidige gesloten plaatsing en intensieve één-op-één begeleiding bij Elker nemen de incidenten niet af en lijkt het gebrek aan perspectief en autonomie bij te dragen aan verdere ontregeling. Behandeling, met name intensieve traumatherapie en ondersteuning bij emotieregulatie, is dringend noodzakelijk. De gedragswetenschapper schetst twee mogelijke scenario’s: een klinische opname voor intensieve behandeling, of een korte verlenging van de gesloten plaatsing om samen met betrokken partijen alternatieven te onderzoeken, zoals een thuisplaatsing met intensieve ambulante (MDFT-)hulpverlening. De gedragswetenschapper stemt in met een verlenging van de gesloten plaatsing voor anderhalf tot twee maanden om op korte termijn duidelijkheid te creëren over [voornaam minderjarige] ’s perspectief.

5.De standpunten

5.1.
Door en namens [voornaam minderjarige] is ter zitting het volgende naar voren gebracht. [voornaam minderjarige] heeft behoefte aan duidelijkheid, structuur en een concreet toekomstperspectief. Zij is bereid mee te werken aan de hulpverlening, maar dit kan alleen effect hebben wanneer er een helder plan wordt opgesteld en daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Zij ervaart dat er de afgelopen maanden weinig vooruitgang is geboekt en wil niet langer de dupe zijn van gebrekkige afstemming tussen betrokken instanties. Gezien het advies van de gedragswetenschapper gaat [voornaam minderjarige] ’s voorkeur uit naar een korte verlenging van de gesloten plaatsing bij Elker van maximaal twee maanden. Daarna zou zij terug naar huis willen, met intensieve ambulante (MDFT-)behandeling en begeleiding in de thuissituatie. Op deze manier kan [voornaam minderjarige] haar dagelijks leven, hobby’s en toekomstige opleiding voortzetten.
5.2.
Door de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder ervaart de huidige situatie als chaotisch en belastend. Zij bezoekt [voornaam minderjarige] veel bij Elker en denkt actief mee over oplossingen voor [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] raakt ontregeld door het gebrek aan perspectief en de uitblijvende en trage communicatie vanuit betrokken instanties. Dit lijkt ook de oorzaak te zijn van de incidenten waar de GI over spreekt. De moeder ziet dat de begeleiding van Elker zich maximaal inzet om [voornaam minderjarige] de nabijheid te bieden die zij nodig heeft, maar dat de nodige regie en aansturing vanuit de GI om behandeling van de grond te laten komen ontbreekt. Gelet op de omstandigheden is op dit moment een directe thuisplaatsing nog niet realistisch. [voornaam minderjarige] zal eerst stabieler moeten zijn. De moeder steunt daarom een korte voortzetting van het verblijf bij Elker, mits in deze periode actief wordt gewerkt aan behandeling en aan een concreet vervolgtraject.

6.De informatie van de begeleider van Elker

6.1.
Door de begeleider van Elker is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Vanwege toenemende incidenten is [voornaam minderjarige] overgeplaatst naar een maatwerkvoorziening binnen Elker met één-op-één begeleiding, gericht op ontprikkeling en stabilisatie. Elker biedt intensieve dagelijkse begeleiding, structuur en nabijheid, waaronder nachtelijke begeleiding waarbij een medewerker op een matras naast [voornaam minderjarige] slaapt. Ondanks deze inzet blijven echter incidenten optreden. Elker kan geen intensieve traumabehandeling bieden en acht aanvullende behandeling noodzakelijk. De mogelijkheden van Elker zijn daarmee uitgeput. Nadere aansturing en regie vanuit de GI is noodzakelijk voor verdere behandeling en perspectiefvorming. Vermoedelijk draagt het ontbreken van duidelijkheid en toekomstperspectief bij aan de ontregeling van [voornaam minderjarige] . Zij ervaart onvoldoende communicatie en regie vanuit de GI, wat bij haar leidt tot frustratie en spanningsopbouw. De begeleider benadrukt dat een afspraak met het NIFP eenmaal geen doorgang heeft gevonden doordat [voornaam minderjarige] ziek was, maar dat een vervangende afspraak nadien niet is ingepland.

7.De beoordeling

7.1.
De kinderrechter stelt vast dat de inzet van jeugdhulp nog steeds noodzakelijk is wegens ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig bedreigen. [voornaam minderjarige] kampt met complexe gedrags- en veiligheidsproblematiek. In de afgelopen periode zijn de incidenten rondom [voornaam minderjarige] fors toegenomen, met name in de nachten. [voornaam minderjarige] loopt nog steeds weg en uit zich agressief, waarbij zij een gevaar is voor zichzelf maar ook voor anderen. De kinderrechter stelt vast dat de eerder ingezette route – eerst stabiliseren binnen een gesloten setting en vervolgens behandeling starten – tot op heden onvoldoende resultaat heeft gehad. Ook tijdens de eerdere plaatsing bij Schakenbosch is gebleken dat behandeling op die manier niet van de grond komt.
7.2.
Momenteel ontvangt [voornaam minderjarige] één-op-één begeleiding, soms ook in de nacht, omdat [voornaam minderjarige] juist in de nacht nabijheid nodig heeft van iemand op wie ze een beroep kan doen. De kinderrechter waardeert dat Elker alle beschikbare middelen inzet om [voornaam minderjarige] structuur en nabijheid te bieden. Tegelijkertijd blijkt dat deze inzet onvoldoende leidt tot afname van incidenten en dat Elker geen intensieve traumabehandeling kan aanbieden. Daarmee ontbreekt op dit moment een setting waarin zowel veiligheid als daadwerkelijke behandeling structureel kunnen worden gerealiseerd. Ook bestaat nog onvoldoende zicht op de onderliggende problematiek, mede doordat diagnostiek en het NIFP-onderzoek nog niet zijn afgerond.
7.3.
De betrokkenen zijn het erover eens dat een onmiddellijke thuisplaatsing momenteel onvoldoende veilig en stabiel is. Voortzetting van [voornaam minderjarige] ’s verblijf in een gesloten accommodatie is op dit moment nog noodzakelijk om te voorkomen dat zij zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat voortzetting van de huidige gesloten plaatsing zonder adequate behandeling evenmin in het belang van [voornaam minderjarige] is. Hierbij wordt mede in acht genomen dat [voornaam minderjarige] al eerder gesloten heeft gezeten en dat ook toen in de geslotenheid geen doorbraak is verkregen. Er zal daarom met de grootst mogelijke voortvarendheid en inzet van alle betrokkenen een duidelijk en concreet traject moeten worden ingericht waarin behandeling van [voornaam minderjarige] , perspectief voor [voornaam minderjarige] en een passende mate van autonomie voor haar centraal staan.
7.4.
De kinderrechter volgt het advies van de gedragswetenschapper dat slechts een korte verlenging van de gesloten plaatsing noodzakelijk is om op zeer korte termijn duidelijkheid te creëren over het perspectief van [voornaam minderjarige] . De kinderrechter benadrukt dat [voornaam minderjarige] niet de dupe mag worden van gebrekkige afstemming, om wat voor reden dan ook, tussen betrokken instanties. De GI dient de regie te nemen en erop toe te zien dat betrokken partijen hun verantwoordelijkheid nemen en afspraken tijdig en helder met en op elkaar afstemmen. Indien Elker niet de benodigde behandeling kan bieden, zal een passend alternatief moeten worden georganiseerd. Het advies van de gedragswetenschapper dient als uitgangspunt te worden genomen.
7.5.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor een machtiging tot gesloten uithuisplaatsing en dat een alternatief niet voorhanden is. De kinderrechter zal de GI machtigen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee maanden.

8.De beslissing

De kinderrechter:
8.1.
verlengt de machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 22 maart 2026;
8.2.
wijst af dat wat meer is verzocht.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 29 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.