Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4011

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
83.278704.21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij belastingfraude

De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 maart 2026 een zaak waarin verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij het opzettelijk verstrekken van valse en vervalste gegevens aan de Belastingdienst en het niet bewaren van administratie, wat zou hebben geleid tot het onjuist heffen van belasting.

De tenlastelegging betrof twee perioden: van 27 november 2018 tot en met 11 juni 2019 en van 6 augustus 2016 tot en met 31 december 2018, waarin verdachte samen met een medeverdachte rechtspersoon opdracht zou hebben gegeven of feitelijke leiding zou hebben gehad bij het vervalsen en verwijderen van kassabestanden en andere administratieve gegevens.

Zowel de officier van justitie als de verdediging pleitten voor vrijspraak, omdat de exacte betrokkenheid van verdachte niet kon worden vastgesteld. De rechtbank volgde dit oordeel en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer strafzaken van de rechtbank Rotterdam, waarbij drie rechters het vonnis hebben gewezen. De verdachte werd zonder verdere motivering vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij belastingfraude.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83.278704.21
Datum uitspraak: 24 maart 2026
Datum zitting: 10 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. K. Jevtovic.
Officier van justitie: mr. T. Lucas.
Kern van het vonnis
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de feiten niet bewezen kunnen worden verklaard omdat de exacte betrokkenheid van de verdachte daarbij niet vast te stellen is. De verdachte wordt van beide feiten vrijgesproken.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging houdt in dat
1
[medeverdachte rechtspersoon] . op een of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode
van 27 november 2018 tot en met 11 juni 2019, te Hoek van Holland en/of (elders)
in Nederland, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor
raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven,
immers heeft [medeverdachte rechtspersoon] . opzettelijk (digitale) kopieën van kassabestanden ter beschikking gesteld voor raadpleging aan de Belastingdienst, terwijl (de data in) deze kassabestanden (gedeeltelijk) was verwijderd en/of gewist en/of aangepast, althans onvolledige en/of aangepaste (omzet)gegevens bevatten, tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;
2
[medeverdachte rechtspersoon] . op een of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 augustus 2016 tot en met 31 december 2018, te Hoek van Holland en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het bewaren van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers,
(telkens) opzettelijk deze niet (volledig) heeft bewaard en/of doen bewaren, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, immers heeft [medeverdachte rechtspersoon] . opzettelijk omzetgegevens en/of (contante) betalingen en/of verkopen aan klanten en/of (digitale) gegevens van kassabonnen uit het CermePos(kassa)systeem verwijderd en/of gewist en/of aangepast en/of (andere) (digitale) gegevens verwijderd en/of vernietigd en/of aangepast en/of (andere) administratie bescheiden en/of andere gegevens niet bewaard, tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opdracht heeft gegeven dan wel aan welke bovenomschreven gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven.

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft eveneens vrijspraak bepleit.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de feiten niet bewezen kunnen worden verklaard omdat de exacte betrokkenheid van de verdachte hierbij niet kan worden vastgesteld. De verdachte zal daarom zonder verdere motivering worden vrijgesproken.

3.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

4.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en L.F.M. Venderbos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 maart 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.