Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4005

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
C/10/715378 / KG ZA 26-180
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot medewerking verkoop woning en executoriale bevoegdheid bij weigering

In deze kort geding procedure vordert de man dat de vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van hun gezamenlijke woning, waaronder het sluiten van een opdrachtovereenkomst met een makelaarskantoor, het faciliteren van bezichtigingen, het sluiten van de koopovereenkomst en het totstandkomen van de notariële akte van levering.

De vrouw verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek tegen haar wordt verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van de man voldoende is aangetoond en dat zijn vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De vrouw wordt veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van het vonnis haar medewerking te verlenen aan de verkoop.

Indien de vrouw weigert, treedt het vonnis in de plaats van haar noodzakelijke toestemming en handtekening. De vordering tot inzet van politie of justitie wordt afgewezen omdat de deurwaarder reeds voldoende bevoegdheden heeft. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van de woning binnen drie dagen, met verstekverlening en uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/715378 / KG ZA 26-180
Vonnis in kort geding van 24 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in Zwolle,
eisende partij,
advocaat: mr. K.M. van Wijngaarden,
tegen
[gedaagde],
wonend in Dordrecht,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 27 februari 2026, met bijlagen 1 tot en met 10;
  • de mondelinge behandeling op 10 maart 2026.

2.De vorderingen

2.1.
De man vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de vrouw te veroordelen om haar medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning aan de [adres] tegen de door makelaarskantoor Dordrecht Makelaardij te bepalen vraag- en laatprijs;
II. de vrouw te veroordelen om haar medewerking te verlenen aan de door Dordrecht Makelaardij te organiseren bezichtigingen;
III. voor het geval de vrouw niet voldoet aan de veroordeling als verzocht onder I de man te machtigen de woning aan de [adres] te gelde te maken en alles te doen en te laten wat noodzakelijk is voor de verkoop van de woning en hierbij te bepalen dat het af te geven vonnis in de plaats treedt van dat deel van de opdrachtovereenkomst, de koopovereenkomst en de notariële akte van levering waaruit de toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de vrouw moet(en) blijken;
IV. te bepalen dat voor het geval de vrouw niet voldoet aan de veroordeling als verzocht onder II de man te machtigen tot tenuitvoerlegging met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie;
V. met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.

3.De beoordeling

3.1.
De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de vrouw. Zij is namelijk niet verschenen in de procedure, terwijl bij haar oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd.
3.2.
Het spoedeisend belang van de man bij zijn vorderingen volgt uit zijn stellingen in de dagvaarding en wat daarover is besproken tijdens de mondelinge behandeling.
3.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man zijn vorderingen desgevraagd geconcretiseerd. Het gaat de man er in de eerste plaats om dat de vrouw haar medewerking verleent aan de verkoop van de woning. Concreet houdt dat in dat de vrouw meewerkt aan (1) het sluiten van een opdrachtovereenkomst met makelaarskantoor Dordrecht Makelaardij, (2) de door makelaarskantoor Dordrecht Makelaardij te organiseren bezichtigingen,
(3) het sluiten van de koopovereenkomst en
(4) de totstandkoming van de akte van levering bij de notaris.
3.4.
Het gevorderde onder I tot en met III komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom in essentie toegewezen, waarbij de voorzieningenrechter het volgende opmerkt.
Het tweede deel van vordering I (“
tegen de door makelaarskantoor Dordrecht Makelaardij gevestigd te Dordrecht te bepalen vraag- en laatprijs”) is volgens de man alleen aan de orde als de vrouw niet meewerkt, hoort daarmee feitelijk thuis bij vordering III en wordt om die reden niet als onderdeel van vordering I toegewezen.
Het onderdeel van vordering III “
en alles te doen en te laten wat noodzakelijk is voor de verkoop van de woning” wordt niet toegewezen, omdat de man desgevraagd heeft verklaard dat hij niets anders vordert dan wat hij verderop in vordering III al concreet heeft omschreven.
De vorderingen I en II worden gecombineerd toegewezen, in die zin dat de vrouw wordt veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de hiervoor in 3.3. beschreven medewerking te verlenen. Daarmee worden de veroordelingen concreet omschreven, zodat voor partijen en eventueel de deurwaarder duidelijk(er) is waaraan de vrouw moet meewerken en wat er gebeurt als zij dat niet doet. Dit vonnis wordt in zoverre uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
3.5.
Vordering IV wordt afgewezen. De deurwaarder heeft op grond van de wet voldoende bevoegdheden om te bewerkstelligen dat dit vonnis ten uitvoer kan worden gelegd als de vrouw dit vonnis niet vrijwillig nakomt. De deurwaarder heeft daarvoor geen rechterlijke machtiging nodig.
3.6.
Het uitgangspunt in zaken tussen voormalig geregistreerd partners is dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak geen aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken. De proceskosten worden dus gecompenseerd.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
verleent verstek tegen de vrouw;
4.2.
veroordeelt de vrouw om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan:
(1) het sluiten van een opdrachtovereenkomst met makelaarskantoor Dordrecht Makelaardij met betrekking tot de verkoop van de woning aan de [adres];
(2) de door makelaarskantoor Dordrecht Makelaardij te organiseren bezichtigingen;
(3) het sluiten van de koopovereenkomst met betrekking tot de woning; en
(4) de totstandkoming van de akte van levering van de woning bij de notaris;
4.3.
bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de vrouw als zij weigert te voldoen aan de veroordeling onder 4.2;
4.4.
verklaart 4.2 en 4.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
4041/3194