Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 februari 2026, met bijlagen 1 tot en met 10;
- de mondelinge behandeling op 10 maart 2026.
2.De vorderingen
3.De beoordeling
(3) het sluiten van de koopovereenkomst en
(4) de totstandkoming van de akte van levering bij de notaris.
Het tweede deel van vordering I (“
tegen de door makelaarskantoor Dordrecht Makelaardij gevestigd te Dordrecht te bepalen vraag- en laatprijs”) is volgens de man alleen aan de orde als de vrouw niet meewerkt, hoort daarmee feitelijk thuis bij vordering III en wordt om die reden niet als onderdeel van vordering I toegewezen.
Het onderdeel van vordering III “
en alles te doen en te laten wat noodzakelijk is voor de verkoop van de woning” wordt niet toegewezen, omdat de man desgevraagd heeft verklaard dat hij niets anders vordert dan wat hij verderop in vordering III al concreet heeft omschreven.
De vorderingen I en II worden gecombineerd toegewezen, in die zin dat de vrouw wordt veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de hiervoor in 3.3. beschreven medewerking te verlenen. Daarmee worden de veroordelingen concreet omschreven, zodat voor partijen en eventueel de deurwaarder duidelijk(er) is waaraan de vrouw moet meewerken en wat er gebeurt als zij dat niet doet. Dit vonnis wordt in zoverre uitvoerbaar bij voorraad verklaard.