Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 25 oktober 2024;
- het verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 15 januari 2025.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 8 januari 2026 uitspraak gedaan in een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie. De vrouw, vertegenwoordigd door advocaat mr. N. Schuerman, verzocht om een verhoging van de maandelijkse bijdrage voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind, die in Nederland woont. De man, vertegenwoordigd door advocaat mr. K. Hoesenie, voerde verweer en betwistte dat er sprake was van relevante gewijzigde omstandigheden die een aanpassing van de alimentatie rechtvaardigden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw haar verzoek niet voldoende heeft onderbouwd en dat er geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden is aangetoond. De rechtbank concludeert dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar verzoek tot wijziging van de alimentatie. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, C. Naujoks.