Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 januari 2026, met bijlagen 1 tot en met 8;
- de aanvullende bijlage 9;
- de mondelinge behandeling op 16 januari 2025.
2.De vorderingen
3.De beoordeling
4.De beslissing
3349 / 1980
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In een kort geding vorderde de vrouw dat de man werd veroordeeld tot onvoorwaardelijke medewerking aan het geven van een verkoopopdracht aan een makelaar voor hun woning in Vlaardingen. Tevens vorderde zij medewerking aan alle noodzakelijke handelingen van de makelaar en indeplaatsreding van het vonnis bij weigering van medewerking.
De man verscheen niet tijdens de mondelinge behandeling, waarna verstek werd verleend. De voorzieningenrechter stelde de termijnen voor medewerking op één week na betekening van het vonnis en wees de gevorderde dwangsom in eerste vordering af wegens onvoldoende belang. De dwangsom in de derde vordering werd gematigd tot €250 per dag met een maximum van €10.000.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vonnis in de plaats treedt van de benodigde instemming van de man indien hij binnen de gestelde termijn weigert mee te werken. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoopopdracht woning en vonnis treedt in plaats van zijn toestemming bij weigering.