Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3869

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/10/710951 / JE RK 25-2475
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2009, woonachtig bij haar moeder. De zitting vond plaats op 16 januari 2026 met gesloten deuren, waarbij de moeder, een vertegenwoordiger van de Raad en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond aanwezig waren.

De minderjarige vertoont explosief en agressief gedrag, waaronder geweld tegen de moeder, en is vanwege gedragsproblemen uitgeschreven van school, wat leidt tot sociale isolatie en verergering van haar problemen. Eerdere vrijwillige hulpverlening, zoals begeleiding en psychomotorische therapie, heeft onvoldoende effect gehad. De moeder erkent de problematiek en stemt in met het verzoek tot ondertoezichtstelling.

De kinderrechter oordeelt dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de moeder te versterken in haar gezagspositie en passende hulpverlening in te zetten. De beschikking wordt voor de duur van één jaar uitgesproken en is direct uitvoerbaar, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor één jaar en verklaart de beschikking direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/710951 / JE RK 25-2475
Datum uitspraak: 16 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 28 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat zij heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.

3.Het verzoek van de Raad

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting. In aanvulling op het raadsrapport licht de Raad het verzoek als volgt toe. [voornaam minderjarige] gaat ervan uit dat de ondertoezichtstelling zal worden verleend. Hoewel de moeder goed zicht heeft op [voornaam minderjarige] , heeft [voornaam minderjarige] duidelijk behoefte aan hulp en begeleiding die de moeder niet zelfstandig blijkt te kunnen bieden. Daarom zal de jeugdbeschermer naast de moeder moeten gaan staan. Er staan verschillende onderwerpen op de agenda voor de komende tijd, waaronder de hervatting van [voornaam minderjarige] ’s schoolgang en het afnemen van een diagnostisch onderzoek. [voornaam minderjarige] heeft mogelijk een trauma overgehouden aan gebeurtenissen uit haar basisschoolperiode, waar de nodige aandacht voor zal moeten komen.

4.De standpunten

4.1.
De GI staat achter het verzoek van de Raad. De vertegenwoordiger van de GI op zitting is per direct beschikbaar als vaste jeugdbeschermer voor het gezin. Zij ziet mogelijkheden om vooruitgang te boeken, samen met [voornaam minderjarige] en de moeder. Ten aanzien van de hulpverlening is van belang dat aansluiting wordt gevonden bij wat passend is voor [voornaam minderjarige] . De voornaamste uitdaging is gelegen in het volhouden: hoewel [voornaam minderjarige] bereid is zich in te zetten voor de hulpverlening, vindt zij het lastig om deze motivatie vast te houden. Tenslotte wordt namens de GI benadrukt dat zij niet achter een uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] staat.
4.2.
De moeder stemt ter zitting in met het verzoek van de Raad. Zij voelt zich wanhopig ten aanzien van de situatie rond [voornaam minderjarige] . De moeder zoekt samen met [voornaam minderjarige] een opleiding waar zij wordt toegelaten en zoekt naar hulpverlening voor de [voornaam minderjarige] ’s gedragsproblemen, bijvoorbeeld bij de Yes We Can-kliniek, maar tevergeefs. Het zou zeker helpend zijn als een jeugdbeschermer betrokken wordt bij het gezin. [voornaam minderjarige] accepteert geen gezag van de moeder en is zoekende naar een autoriteitsfiguur. Hopelijk kan de jeugdbeschermer hier een rol in spelen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De kinderrechter stelt vast dat sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] . Zij en de moeder hebben in het verleden veel meegemaakt. Daarbij geeft [voornaam minderjarige] aan zowel lichamelijk als psychisch problemen te ervaren. [voornaam minderjarige] vertoont explosief en agressief gedrag; zij heeft bijvoorbeeld de moeder geslagen en geschopt. Op school is zij inmiddels uitgeschreven vanwege haar gedragsproblemen. Dit leidt tot toenemende sociale isolatie van [voornaam minderjarige] . Bovendien ontbreekt het [voornaam minderjarige] hierdoor aan dagbesteding, wat haar gedragsproblemen lijkt te verergeren. Ondanks dat de kinderrechter ziet dat [voornaam minderjarige] een slimme meid is met talenten, verkeert zij in een vicieuze cirkel en raakt zij verder achterop in haar ontwikkeling.
5.3.
De afgelopen periode is verschillende hulpverlening ingezet in het vrijwillig kader, waaronder de begeleiding vanuit Zorg en Daad en Psychomotorische Therapie (PMT). Dit heeft onvoldoende geholpen om de problematiek te verminderen.
5.4.
De komende tijd is het van belang dat de jeugdbeschermer naast de moeder gaat staan, om haar te versterken in haar gezagspositie richting [voornaam minderjarige] en om de nodige hulpverlening in te zetten. Mogelijk zal diagnostiek moeten worden verricht, om zicht te krijgen op wat [voornaam minderjarige] nodig heeft. Zij moet haar emoties onder controle krijgen en weer een gezonde leefstijl gaan ontwikkelen. Daarbij zal de nodige aandacht moeten worden besteed aan hervatting van [voornaam minderjarige] ’s schoolgang of een andere zinvolle dagbesteding en aan de verwerking van ingrijpende gebeurtenissen in [voornaam minderjarige] ’s verleden. Het is positief dat er vanuit de GI per direct een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is voor het gezin. Van [voornaam minderjarige] wordt verwacht dat zij zal samenwerken met de jeugdbeschermer om – gezien ook [voornaam minderjarige] ’s leeftijd – toe te werken naar meer zelfstandigheid en het dragen van verantwoordelijkheid.
5.5.
Gelet op bovenstaande omstandigheden is de ondertoezichtstelling nodig en zal de kinderrechter deze (als onweersproken) uitspreken voor de duur van één jaar.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, voor de duur van één jaar, met ingang van 16 januari 2026 tot 16 januari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 5 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.