Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3709

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
11967751 CV EXPL 25-24751
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande medische rekening met rente en kosten toegewezen

Sint Franciscus vordert betaling van een onbetaalde medische rekening uit 2014 van €79,98, vermeerderd met incassokosten en rente. Gedaagde betwist de vordering niet, maar voert aan dat zij schulden heeft, dat de rekening oud is en dat de kosten vanuit een subsidieregeling zouden worden vergoed. Ook stelt zij dat zij geen aanmaning ontving vanwege postproblemen en dat er loonbeslag op haar rust.

De rechtbank oordeelt dat de subsidieregeling ten tijde van de behandeling niet van kracht was en dat gedaagde onvoldoende heeft toegelicht waarom zij de aanmaning niet zou hebben ontvangen. Het loonbeslag betreft andere schulden en ontslaat haar niet van betaling van deze rekening.

De incassokosten worden toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De rente wordt eveneens toegewezen omdat Sint Franciscus dit voldoende heeft onderbouwd en gedaagde dit niet betwist. De proceskosten worden begroot op €388,64 en komen voor rekening van gedaagde.

Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Sint Franciscus direct tot executie kan overgaan. De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het totale bedrag van €155,69 plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande medische rekening met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11967751 CV EXPL 25-24751
datum uitspraak: 10 april 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Van Houwelingen & Partners Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘Sint Franciscus’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 6 november 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlagen.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Sint Franciscus eist dat [gedaagde] een onbetaalde rekening uit 2014 van € 79,98 voor een medische behandeling betaalt, vermeerderd met incassokosten van € 48,40 en rente die tot 4 november 2025 € 27,31 bedraagt. In totaal vordert Sint Franciscus betaling van € 155,69, met verdere rente en proceskosten. [gedaagde] betwist de vordering niet, maar voert aan dat zij schulden heeft, dat de rekening oud is en dat de kosten vanuit een subsidieregeling zouden worden vergoed omdat zij toen onverzekerd was. Tevens betwist zij een aanmaning te hebben ontvangen vanwege postproblemen en geeft zij aan dat er al beslag op haar loon ligt. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Hoofdsom
2.2.
Vaststaat dat [gedaagde] een medische behandeling heeft ondergaan en dat zij de rekening daarvoor niet heeft betaald. Volgens haar zouden de kosten vergoed moeten worden vanuit een subsidieregeling. Sint Franciscus heeft bij repliek gemotiveerd betwist dat die regeling ten tijde van de behandeling (2014) van kracht was. [gedaagde] heeft hier niet meer op gereageerd. Er wordt daarom vanuit gegaan dat dat klopt. Het verweer van [gedaagde] dat er al beslag ligt op haar inkomen en zij daarom niet tot betaling kan overgaan of dat de vordering hiermee voldaan zou zijn, wordt verworpen. Sint Franciscus heeft bij repliek onweersproken uitgelegd dat de beslagen waarop zij doelt, betrekking hebben op andere openstaande schulden en worden verdeeld over meerdere schuldeisers. Dat er beslag ligt voor andere schulden, betekent niet dat deze rekening niet meer betaald hoeft te worden. De hoofdsom van € 79,98 wordt dan ook toegewezen.
Incassokosten
2.3.
De incassokosten van € 48,40 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)). [gedaagde] betwist een aanmaning, waaronder de zogeheten veertiendagenbrief van 17 november 2016, te hebben ontvangen. Sint Franciscus heeft bij repliek toegelicht dat de veertiendagenbrief is verzonden naar het adres waarop [gedaagde] destijds in de Basisregistratie Personen (BRP) stond ingeschreven. Van [gedaagde] had mogen worden verwacht dat zij meer tekst en uitleg zou geven over de problemen met de postbezorging. Omdat die toelichting er niet is, heeft zij haar reactie onvoldoende geconcretiseerd. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat de brief van 17 november 2016 op het adres van [gedaagde] is bezorgd.
Rente
2.4.
De rente wordt toegewezen, omdat Sint Franciscus genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan Sint Franciscus moet betalen de rente van € 27,31 die Sint Franciscus heeft berekend tot 6 november 2025.
Proceskosten
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die zij aan Sint Franciscus moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 86,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 43,-) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 388,64. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Sint Franciscus dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Sint Franciscus te betalen € 155,69 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 79,98 vanaf 4 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Sint Franciscus worden begroot op € 388,64;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954