Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3692

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
11718171 CV EXPL 25-12461
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing beslag- en proceskosten en afwijzing schadevergoeding wegens gebrekkige verwarmingsinstallatie

Eiseres heeft aan gedaagde een bedrijfsruimte verhuurd, waarvan de huurovereenkomst inmiddels is beëindigd en het pand is verkocht aan een derde. Vanwege huurachterstand legde eiseres conservatoir bankbeslag. Gedaagde betaalde de achterstand, boetes en incassokosten, maar eiseres vordert nog betaling van beslagkosten en proceskosten. Gedaagde erkent deze kosten, zodat de vordering wordt toegewezen.

Gedaagde vordert in reconventie een schadevergoeding wegens een gebrekkige verwarmingsinstallatie. Deze vordering wordt afgewezen omdat gedaagde niet aan haar stelplicht heeft voldaan en geen concrete onderbouwing heeft gegeven, ondanks de mogelijkheid daartoe tijdens de zitting.

De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd, begroot op €3.095,35, met wettelijke rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: De vordering tot betaling van beslag- en proceskosten wordt toegewezen en de schadevergoeding wegens gebrekkige verwarmingsinstallatie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11718171 CV EXPL 25-12461
datum uitspraak: 3 april 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] B.V.,
vestigingsplaats: Simonshaven,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
die zelf procedeert,
gemachtigde: mr. C.L. Verhoef,
tegen
[gedaagde] B.V., h.o.d.n. [gedaagde],
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. A.B. Maaten.
Partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 29 mei 2025, met bijlagen;
  • het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
  • het antwoord in reconventie tevens akte uitlating in conventie, met bijlagen.
1.2.
Op 2 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting met partijen en hun gemachtigden besproken.

2.De beoordeling in conventie en reconventie

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser] heeft aan [gedaagde] de bedrijfsruimte aan de [adres] in [plaats] verhuurd. De huurovereenkomst is inmiddels beëindigd en het pand is door [eiser] verkocht en overgedragen aan een derde partij. Omdat [gedaagde] een huurachterstand had laten ontstaan, had [eiser] conservatoir bankbeslag laten leggen. Vervolgens heeft [gedaagde] de huurachterstand, contractuele boetes en buitengerechtelijke incassokosten betaald. [eiser] eist nu alleen nog betaling van de beslagkosten van € 1.054,51 en de proceskosten. [gedaagde] erkent de eis maar zij vordert in reconventie – kort gezegd – betaling van een schadevergoeding van € 28.528,45, vermeerderd met rente en kosten. Zij legt hieraan ten grondslag dat zij schade heeft geleden door een gebrekkige verwarmingsinstallatie. [eiser] is het niet eens met de tegeneis. Geoordeeld wordt dat de vordering van [eiser] wordt toegewezen en de vordering van [gedaagde] wordt afgewezen. Hierna wordt deze beslissing verder uitgelegd.
Conventie
2.2.
Op de zitting heeft [gedaagde] erkend dat de beslag- en proceskosten door haar zijn verschuldigd. De vordering wordt dan ook toegewezen.
Reconventie
2.3.
Geoordeeld wordt dat [gedaagde] niet aan haar stelplicht heeft voldaan en de vordering daarom wordt afgewezen. Hoewel zij stelt duizenden euro's schade te hebben geleden ontbreekt daarvoor enige concretisering, terwijl dat zonder meer van haar verwacht had mogen worden. Het verzoek op de zitting om alsnog in de gelegenheid te worden gesteld, wordt gepasseerd. De eis in reconventie is ingediend op 23 juli 2025. Dat was het moment geweest om haar vordering te onderbouwen. Daarbij komt dat de zitting ruim zeven maanden later heeft plaatsgevonden en dat zelfs toen die onderbouwing achterwege is gebleven.
Proceskosten
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] in conventie aan [eiser] moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht en € 864,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 432,-). In reconventie worden deze kosten aan de kant van [eiser] begroot op € 432,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt voor het antwoord in reconventie x € 432,-). Voor kosten die [eiser] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] een bedrag betalen van € 216,-. Dat is in totaal € 3.095,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie en in reconventie
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] de beslagkosten van € 1.054,51 te betalen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 3.095,35 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954