Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 23;
- de akte vermindering van eis in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie van de vrouw, met producties 7 tot en met 15;
- het bericht van de rechtbank van 8 december 2025 met daarin een zittingsagenda;
- de akte aanvullende producties met toelichting van de man, met producties 24 tot en met 35;
- de mondelinge behandeling op 8 januari 2026.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
kanverbinden aan een hoofdveroordeling. Los van artikel 611a lid 1 Rv waarin staat dat aan een veroordeling tot betaling van een geldsom geen dwangsom kan worden verbonden en de man ook niet duidelijk heeft gemaakt waarom hij niet uit de voeten kan met de eerdere beslissing van de rechtbank van 21 maart 2021, ziet de rechtbank in dit geval, gezien het feit dat oplegging van een dwangsom waarschijnlijk tot meer escalatie en dus meer procedures zal leiden, ook geen aanleiding om alsnog een dwangsom te verbinden aan de eerdere beslissing.
(…) op donderdag 14 okt breng jij de paspoorten naar [woonplaats]. De paspoorten heb ik op donderdag 14 okt voor 12 uur nodig.” Niet is in geschil dat de vrouw op 14 oktober 2021 de paspoorten aan de man heeft overhandigd. Dus, zelfs al zou het vonnis zijn betekend, dan staat deze nadere afspraak aan verbeurte van een dwangsom in de weg.
.De proceskosten van de vrouw worden begroot op: