Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3564

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
10-307123-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 45 SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen poging tot zware mishandeling met geweld tegen slachtoffer

Op 13 november 2025 heeft de verdachte samen met een medeverdachte in Vlaardingen het slachtoffer zwaar mishandeld door hem vast te houden, op de grond te gooien, en herhaaldelijk met kracht te slaan en te trappen, onder meer tegen het hoofd, terwijl het slachtoffer bewusteloos op de grond lag.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de verdachte medepleegde aan deze poging tot zware mishandeling. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. De mishandeling werd mede veroorzaakt door alcoholgebruik en was gericht tegen een willekeurig persoon op straat.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de rol van de verdachte als hoofdpleger, zijn spijtbetuiging en het reclasseringsadvies. De verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals een meldplicht bij de reclassering, een alcoholverbod en behandeling gericht op agressieregulatie.

De straf houdt rekening met het voorarrest van 106 dagen en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een 20-jarige man uit Letland die sinds zijn 16e met tussenpozen in Nederland verblijft en werkzaam is in de scheepsbouw.

De rechtbank heeft het vonnis uitgesproken op 27 februari 2026, waarbij de bijzondere voorwaarden zijn opgelegd om herhaling te voorkomen en de verdachte te begeleiden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-307123-25
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Datum zitting: 27 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),
verblijvende op het adres [verblijfadres] , [postcode] [verblijfplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. B. van Gestel
Officier van justitie: mr. N. van der Meij

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte – samengevat – van een poging tot doodslag of een poging tot zware mishandeling of een mishandeling.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
primair
hij op of omstreeks 13 november 2025 te Vlaardingen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] , van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer]
  • heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden,
  • op de grond heeft gegooid,
  • meermalen, althans eenmaal, (met kracht) heeft geslagen/gestoten op/tegen het hoofd en/of rug en/of ribben, althans het lichaam, en/of
  • meermalen, althans eenmaal, (met kracht) heeft getrapt/geschopt op/tegen het hoofd en/of rug en/of ribben, althans het lichaam, terwijl die [slachtoffer] (bewusteloos) op de grond lag,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
subsidiair
hij op of omstreeks 13 november 2025 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer]
  • meermalen, althans eenmaal, (met kracht) te slaan/stoten op/tegen het hoofd en/of rug en/of ribben, althans het lichaam, en/of
  • meermalen, althans eenmaal, (met kracht) te trappen/schoppen op/tegen het hoofd en/of rug en/of ribben, althans het lichaam, terwijl die [slachtoffer] (bewusteloos) op de grond lag.

2.Bewijs

Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor poging tot zware mishandeling.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor poging tot doodslag. De verdediging heeft zich ten aanzien van poging tot zware mishandeling gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 13 november 2025 te Vlaardingen, tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om
opzettelijk [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer]
  • heeft vastgepakt en heeft vastgehouden,
  • op de grond heeft gegooid,
  • meermalen met kracht heeft geslagen tegen het hoofd en het lichaam, en
  • meermalen met kracht heeft getrapt tegen het hoofd en het lichaam, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven [1] .
1.
Eigen waarneming van de rechtbank [2]
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [slachtoffer] [3]
3.
Schriftelijk stuk, Forensisch Medische Letselrapportage [slachtoffer]
4.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [4]

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van poging tot zware mishandeling.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en een proeftijd van twee jaar.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die hoger is dan de 106 dagen die de verdachte al in voorarrest heeft gezeten.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. De verdachte heeft het slachtoffer meermaals geschopt en geslagen, onder meer tegen zijn hoofd, terwijl de medeverdachte het slachtoffer vasthield. De verdachte kon zo ongehinderd geweld op het slachtoffer uitoefenen. Extra kwalijk is het daarbij dat de verdachte en de medeverdachte hun boosheid hebben afgereageerd op een willekeurig persoon op straat. Alcohol speelde hierbij ook een belangrijke rol. Dit is een ernstig feit. De verdachte heeft met zijn handelen ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en gevoelens van angst en onveiligheid bij hem teweeggebracht.
Strafblad
Uit het strafblad van 13 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in Letland wel eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.
Persoonlijke omstandigheden
De verdachte is een 20-jarige jongeman uit Letland die sinds zijn 16e met periodes in Nederland bij zijn moeder is verbleven. De verdachte is werkzaam in de scheepsbouw. De verdachte wil graag in Nederland blijven wonen en werken. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zichzelf niet in de hand heeft als hij alcohol heeft gedronken en dat hij sinds het feit niets meer te maken wil hebben met alcohol.
Uit het reclasseringsadvies van 9 januari 2026 volgt dat de reclassering adviseert om bij een veroordeling een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke zorgverlener gericht op emotie- en agressieregulatie problematiek, een alcoholverbod, een contactverbod met de medeverdachte en het inspannen voor het vinden en behouden van een dagbesteding.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank neemt in strafverzwarende zin mee dat de verdachte ten opzichte van zijn medeverdachte een grotere rol had in de mishandeling. In strafverminderende zin neemt de rechtbank mee dat de verdachte vanaf zijn eerste verhoor bij de politie verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en spijt heeft betuigd. Al met al wordt een gevangenisstraf van vijf maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden twee maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van strafbare feiten te verkleinen.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde feit oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van vijf maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat
twee maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op emotie- en agressieregulatie problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte meewerkt aan nader persoonlijkheidsonderzoek;
de verdachte gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles op het gebruik van alcohol. Dit kunnen zijn: urineonderzoek, ademonderzoek en/of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met zijn mededader [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 2] 1989 in [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het contact;
de verdachte zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding met een vaste structuur, zolang de reclassering dat nodig vindt;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 tot en met 5 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. W.J. de Veld en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het procesdossier met nummer [dossiernummer] .
2.Waargenomen tijdens de zitting van 27 februari 2026.
3.Pagina 8 e.v.
4.Pagina 64 e.v.