Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3514

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
11411554 CV EXPL 24-29231
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuurdersaansprakelijkheid voor niet-nakoming koopovereenkomst kunststof kozijnen

Deze civiele procedure betreft de aansprakelijkheid van twee bestuurders voor het niet nakomen van een koopovereenkomst voor kunststof kozijnen die Smart Bouwgroep B.V. eind 2018 met eiseres sloot. Smart Bouwgroep B.V. werd bij verstek veroordeeld tot betaling van een bedrag aan eiseres, maar werd in 2023 geliquideerd. De bestuurders van Smart Bouwgroep B.V. en diens moedermaatschappij werden aangesproken op hun aansprakelijkheid.

De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat de bestuurders aansprakelijk zijn omdat zij wisten dat Smart Bouwgroep B.V. niet zou betalen. Eiseres specificeerde haar vordering, die naast de hoofdsom ook proceskosten, rente en incassokosten omvatte. De bestuurders betwistten onder meer de hoogte van de rente en de incassokosten.

De rechtbank stelde vast dat de bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld en veroordeelde hen tot betaling van het bedrag dat in het vonnis tegen Smart Bouwgroep B.V. was toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, niet de handelsrente. Incassokosten werden slechts gedeeltelijk toegewezen, en proceskosten werden volledig aan de bestuurders opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De bestuurders zijn hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het toegewezen bedrag met wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatig handelen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11411554 CV EXPL 24-29231
datum uitspraak: 20 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
vestigingsplaats: [plaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. L.J. van Gastel,
tegen

1.[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats]
2. [gedaagde 2] B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagden,
gemachtigde: mr. F. Acar.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] .’, ‘ [gedaagde] ’ en ‘ [gedaagde 2] ’ genoemd.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 21 november 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte uitlating van [eiseres] . van 23 december 2025;
  • de antwoordakte van [gedaagde] en [gedaagde 2] van 17 februari 2026.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Deze zaak gaat over de vraag of [gedaagde] en [gedaagde 2] aansprakelijk zijn voor het niet nakomen van een koopovereenkomst voor kunststof kozijnen die Smart Bouwgroep B.V. eind 2018 met [eiseres] . heeft gesloten. Op 3 december 2020 is Smart Bouwgroep B.V. bij verstekvonnis veroordeeld om € 9.887,43 aan [eiseres] . te betalen. Op 1 november 2023 is Smart Bouwgroep B.V. na een turboliquidatie uitgeschreven uit het Handelsregister. [gedaagde 2] was bestuurder van Smart Bouwgroep B.V. en [gedaagde] is bestuurder van [gedaagde 2] .
2.2.
In het tussenvonnis van 21 november 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat [gedaagde] en [gedaagde 2] als (indirect) bestuurders aansprakelijk zijn jegens [eiseres] ., omdat zij wisten dat Smart Bouwgroep B.V. de factuur voor de kozijnen niet zou (kunnen) betalen. Vervolgens is [eiseres] . in de gelegenheid gesteld om het bedrag van € 16.263,19 dat zij heeft gevorderd te specificeren.
2.3.
[eiseres] . heeft in haar akte toegelicht dat het gevorderde bedrag bestaat uit de volgende posten:
Hoofdsom vonnis 3 december 2020 € 9.887,43
Proceskosten vonnis 3 december 2020 € 586,00
Salaris gemachtigde € 300,00
Wettelijke handelsrente t/m 23 december 2025 € 6.262,66
Kosten incassobureau DEBBT € 1.051,94
Buitengerechtelijke kosten gemachtigde € 659,45
Totaal € 18.747,48
2.4.
[gedaagde] en [gedaagde 2] wijzen erop dat [eiseres] . geen aanspraak kan maken op wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW en dat de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro alleen mag worden berekend over de oorspronkelijke hoofdsom van € 7.495,-. Daarnaast kan [eiseres] . volgens [gedaagde] en [gedaagde 2] geen aanspraak maken op buitengerechtelijke incassokosten omdat die niet opnieuw mogen worden berekend na de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 3 december 2020.
[gedaagde] en [gedaagde 2] moeten een hoofdsom van € 9.887,43 en proceskosten betalen
2.5.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] en [gedaagde 2] het bedrag dat in het vonnis van 3 december 2020 tegen Smart Bouwgroep B.V. is toegewezen moeten betalen. [gedaagde] en [gedaagde 2] hebben onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres] . omdat zij de koopovereenkomst voor de kozijnen hebben gesloten namens Amart Bouwgroep B.V. Zij zijn verplicht om de schade die uit dit onrechtmatig handelen voortvloeit aan [eiseres] . te vergoeden. De kantonrechter oordeelt dat de schade niet beperkt is tot de resterende koopprijs van de kozijnen, maar ook de kosten omvat die [eiseres] . heeft moeten maken om in een procedure te laten vaststellen dat Smart Bouwgroep B.V. haar verplichtingen moest nakomen. Daarom moeten [gedaagde] en [gedaagde 2] ook de in dit bedrag begrepen wettelijke handelsrente en toegewezen buitengerechtelijke kosten vergoeden. Ook de proceskosten, inclusief het salaris van de gemachtigde, moeten zij betalen. Die bedragen van € 586,- en € 300,- worden daarom ook toegewezen.
De wettelijke rente
2.6.
[gedaagde] en [gedaagde 2] hebben er terecht op gewezen dat [eiseres] . niet de wettelijke handelsrente over de gevorderde hoofdsom mag berekenen. Zoals hiervoor al overwogen, is de vordering gebaseerd op onrechtmatig handelen, dus niet op een handelstransactie. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW is alleen verschuldigd over vorderingen die voortvloeien uit een handelstransactie. Daarom wordt niet de wettelijke handelsrente, maar de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro toegewezen.
2.7.
De wettelijke rente is verschuldigd over het volledige bedrag aan schadevergoeding, dus de hiervoor genoemde bedragen die voortvloeien uit het vonnis van 3 december 2020. Dat is een totaalbedrag van € 10.773,43. De rente over een bedrag van € 7.495,- (de resterende koopsom van de kozijnen) is verschuldigd vanaf 24 december 2018, de vervaldatum van de factuur voor het leveren van de kozijnen. De datum waarop betaald had moeten zijn, maar Smart Bouwgroep B.V. niet heeft betaald, wordt geacht de datum te zijn waarop het onrechtmatig handelen van [gedaagde] en [gedaagde 2] is begonnen. Vanaf die datum is rente verschuldigd (artikel 6:83 onder Pro b BW in combinatie met artikel 6:119 lid 1 BW Pro). De rente over de rest van het bedrag is verschuldigd vanaf 3 december 2020, de datum waarop die bedragen in het vonnis tegen Smart Bouwgroep B.V. zijn toegewezen.
Incassokosten
2.8.
[eiseres] . kan wel aanspraak maken op incassokosten, maar het door haar gevorderde bedrag is te hoog. [eiseres] . heeft een vordering uit onrechtmatige daad op [gedaagde] en [gedaagde 2] . Zij kan daarom aanspraak maken op buitengerechtelijke kosten in verband met het verhalen van deze vordering; er is geen sprake van cumulatie van buitengerechtelijke kosten.
2.9.
[gedaagde] en [gedaagde 2] hoeven niet de kosten van DEBBT te betalen. Uit de door [eiseres] . overgelegde stukken volgt dat dit bureau is ingeschakeld in verband met de tenuitvoerlegging van het vonnis van 3 december 2020 tegen Smart Bouwgroep B.V. Uit de stukken volgt niet dat er sprake is geweest van buitengerechtelijke werkzaamheden om [gedaagde] en [gedaagde 2] te bewegen een vergoeding vanwege onrechtmatige daad aan [eiseres] . te betalen.
2.10.
De werkelijke kosten van de gemachtigde van [eiseres] . zijn toewijsbaar. Het gevorderde bedrag van € 659,45 blijft binnen het bedrag dat op basis van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten redelijk wordt geacht, uitgaande van een vordering van € 7.495,-.
2.11.
De vordering tot betaling van de buitengerechtelijke kosten wordt alleen toegewezen tegen [gedaagde 2] . [eiseres] . heeft namelijk geen brief overgelegd waaruit blijkt dat [gedaagde] – die een natuurlijk persoon is – op grond van artikel 6:96 lid 6 BW Pro de mogelijkheid heeft gekregen om zonder extra kosten de vordering te betalen.
[gedaagde] en [gedaagde 2] moeten de proceskosten betalen
2.12.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] en [gedaagde 2] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] en [gedaagde 2] aan [eiseres] . moeten betalen op € 229,31 aan dagvaardingskosten, € 1.409,- aan griffierecht, € 1.296,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten × € 432,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 3.078,31. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] . dat eist en [gedaagde] en [gedaagde 2] daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan [eiseres] . te betalen € 10.773,43,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 7.495,- vanaf 24 december 2018 tot de dag dat volledig is betaald en over een bedrag van € 3.278,43 vanaf 3 december 2020 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde 2] om aan [eiseres] . te betalen € 659,45;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] . worden begroot op € 3.078,31;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
51909