ECLI:NL:RBROT:2026:3456

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
10-041146-03
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens hoog recidiverisico en gebrekkige geestelijke ontwikkeling

De rechtbank Rotterdam heeft op 4 maart 2026 besloten tot verlenging van de terbeschikkingstelling van de ter beschikking gestelde, die sinds 17 maart 2004 onder dwangverpleging staat vanwege brandstichting, gekwalificeerde mishandeling en bedreiging.

De vordering tot verlenging werd ingediend door het openbaar ministerie en behandeld in een openbare zitting waarbij ook de ter beschikking gestelde, zijn raadsman en een deskundige van de instelling werden gehoord. De instelling adviseerde verlenging met twee jaar vanwege een hoog recidiverisico, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline kenmerken, een reactieve hechtingsstoornis en een stoornis in cannabisgebruik.

Ondanks een recente toename in motivatie sinds december 2025, is de ter beschikking gestelde teruggevallen in chronisch cannabisgebruik, stopt hij met therapie en vertoont hij problematisch gedrag. Hij staat op een wachtlijst voor een longcareafdeling waar een resocialisatietraject zal worden ingezet dat naar verwachting langer dan een jaar zal duren.

De rechtbank oordeelt dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit verlengen rechtvaardigen. De totale duur van de terbeschikkingstelling zal door deze verlenging de vier jaar overschrijden, maar dit is toegestaan gezien de aard van het misdrijf. Tegen deze beslissing kan binnen veertien dagen beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar vanwege een hoog recidiverisico en gebrekkige geestelijke ontwikkeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-041146-03
Datum uitspraak: 4 maart 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
verblijvende in [naam instelling] te [plaats] (de instelling),
raadsman mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 2 maart 2004 is de terbeschikkingstelling van [veroordeelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van brandstichting, gekwalificeerde mishandeling en bedreiging. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 17 maart 2004.
Bij beslissing van deze rechtbank van 10 april 2024 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 20 januari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 4 maart 2026 behandeld. De officier van justitie mr. B.J. Berton, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsman, en de deskundige [persoon A] , werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 9 januari 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline kenmerken, een reactieve hechtingsstoornis en een stoornis in cannabisgebruik. Het recidiverisico wordt bij beëindiging van de terbeschikkingstelling als hoog ingeschat. De ter beschikking gestelde was op 15 augustus 2023 overgeplaatst naar De Buuren, een individuele woonunit van de pre-resocialisatieafdeling binnen het terrein van de instelling, Hij is tijdens dit verblijf teruggevallen in chronisch cannabisgebruik en gestopt met deelname aan zijn behandelprogramma. Hierop is besloten de ter beschikking gestelde aan te melden voor een longcareafdeling. In april 2025 is hij geaccepteerd door de longcareafdeling De Wierde van de Van der Hoevenkliniek, met als voorwaarde dat hij daar middels transmuraal verlof wordt geplaatst voor een proefperiode van een jaar. Er is dan nog geen sprake van een overplaatsing maar de instelling blijft binnen deze constructie bij de behandeling betrokken. De ter beschikking gestelde staat sindsdien in de wachtstand. Hij gaat periodes vaak niet naar zijn werkblokken, volgt geen therapieën en gaat nauwelijks op verlof. Hij is weinig in beeld op de afdeling en er is meermalen sprake van een positieve urinecontrole. In augustus 2025 vindt een incident plaats waarbij de ter beschikking gesteld met een bord gooit. De verwachting is dat het resocialisatietraject zeker nog twee jaar in beslag zal nemen. Via de longcare voorziening zal -in zeer kleine stappen- worden ingezet op resocialisatie.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [persoon A] heeft het advies van de instelling op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat er sinds december 2025 sprake is van een vernieuwde motivatie bij de ter beschikking gestelde. In afwachting van de plaatsing op de longcareafdeling zullen er behandeldoelen worden gesteld zodat hij zich binnen de instelling vast verder kan ontwikkelen. Hierbij wordt in eerste instantie gefocust op de verslavingsproblematiek en daarnaast zal gewerkt worden aan maatschappelijke inbedding en mogelijk schematherapie. De ter beschikking gestelde staat inmiddels op de tweede plaats op de wachtlijst, het is onduidelijk hoelang het nog gaat duren voordat hij geplaatst kan worden. Het streven is dat hij na de proefperiode van een jaar daadwerkelijk geplaatst wordt bij de Van der Hoevenkliniek.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.Beoordeling

Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Het is positief dat de ter beschikking gestelde zijn motivatie heeft teruggevonden om te werken aan zijn behandeldoelen. Hij staat op dit moment op de wachtlijst om overgeplaatst te worden naar een longcareafdeling en vanuit daar verder te resocialiseren. De verwachting is dat het traject langer dan een jaar zal duren. De terbeschikkingstelling wordt daarom met twee jaar verlengd.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,
en mr. G.C. Bos en mr. L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.