Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3428

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
12025346 RR FORM 25-155
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 Tijdelijk besluit experiment regelrechterArt. 238 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering vergoeding kosten nieuwe gebitsprothese wegens ontbreken ingebrekestelling

In deze civiele procedure vordert eiser vergoeding van €805,60 die hij heeft moeten maken voor een nieuwe gebitsprothese bij een andere tandtechnicus. Eiser stelt dat de door gedaagde gemaakte prothese niet goed was.

Gedaagde betwist de vordering en stelt dat eiser eerst de gelegenheid had moeten geven om de klachten te beoordelen en te herstellen. Tijdens de zitting is gebleken dat eiser meerdere keren bij gedaagde is geweest voor aanpassingen, maar dat hij uiteindelijk zonder ingebrekestelling naar een andere tandtechnicus is gegaan.

De regelrechter oordeelt dat gedaagde niet in verzuim is geraakt omdat eiser geen redelijke termijn heeft gesteld om het probleem te verhelpen. Hierdoor is er geen recht op schadevergoeding. De proceskosten worden aan eiser opgelegd en begroot op €50,-.

Uitkomst: Eis tot vergoeding van kosten nieuwe gebitsprothese wordt afgewezen wegens ontbreken ingebrekestelling en geen verzuim van gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12025346 RR FORM 25-155
datum uitspraak: 6 maart 2026
Vonnis van de regelrechter
in de zaak van
[eiser] ,
woonplaats: [plaats] ,
eiser,
die zelf procedeert,
tegen
[gedaagde] ,
vestigingsplaats: [plaats] ,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam] .
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
1.2.
Het dossier bestaat uit het volgende processtuk:
- het aanvraagformulier van [eiser] dat de rechtbank op 23 december 2025 heeft ontvangen, met bijlagen.
1.3.
Op 5 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [eiser] en de heer [naam] , aanwezig.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft een gebitsprothese voor [eiser] gemaakt. Volgens [eiser] was deze prothese niet goed. Hij eist in deze zaak dat Gebitspraktijk de kosten aan hem betaalt die hij heeft moeten maken voor een nieuwe prothese bij een andere tandtechnicus van in totaal € 805,60.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis. Als [eiser] problemen met de prothese ervaarde, had hij langs kunnen komen voor het verhelpen daarvan. [eiser] heeft er echter zelf voor gekozen om naar een andere tandtechnicus te gaan. [gedaagde] vindt daarom dat zij niets aan [eiser] hoeft te betalen.
Uitkomst
2.3.
De eis van [eiser] wordt afgewezen. Hierna wordt toegelicht waarom.
[gedaagde] is niet in verzuim, dus [eiser] heeft geen recht op een schadevergoeding
2.4.
Tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangegeven dat [eiser] vaak bij haar in de praktijk is geweest, omdat hij steeds andere wensen voor zijn gebitsprothese had. Op verzoek van [eiser] heeft [gedaagde] de prothese meermaals aangepast. [eiser] heeft dit niet weersproken. Volgens [eiser] was de prothese na enige tijd nog steeds niet goed en is hij uiteindelijk naar een andere tandtechnicus gegaan. Hij heeft daarmee een stap overgeslagen, want hij had [gedaagde] eerst in de gelegenheid moeten stellen om de betreffende klacht te beoordelen en indien nodig tot herstel van de prothese overgegaan. Zoals besproken tijdens de zitting heeft hij dat niet gedaan. [eiser] heeft [gedaagde] geen brief gestuurd waarin hij haar een redelijke termijn geeft om het probleem dat hij ervaarde op te lossen (ingebrekestelling). [gedaagde] is dus niet in verzuim geraakt. De kosten die [eiser] heeft moeten maken voor een nieuwe prothese hoeven daarom niet door [gedaagde] vergoed te worden.
[eiser] moet de proceskosten betalen
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit Pro). De regelrechter begroot de kosten die [eiser] aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv Pro).

3.De beslissing

De regelrechter:
3.1.
wijst de eis af;
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
43416