Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
2.[gedaagde 2] ,
3.[gedaagde 3] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 mei 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de nadere producties van Dulip.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Dulip Aoc 2 B.V. vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een bedrijfsruimte vanwege een huurachterstand van ruim vijftien maanden. Gedaagde betwist partij te zijn bij de huurovereenkomst en stelt dat de overeenkomst per 15 oktober 2025 is geëindigd. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde wel degelijk contractspartij is, omdat geen bewijs is geleverd dat zij slechts als tussenpersoon handelde.
De huurovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 6:265 BW Pro vanwege de ernstige huurachterstand. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 151.091,26 aan huurachterstand, € 10.159,13 aan buitengerechtelijke incassokosten, en € 5.400,- aan contractuele boetes. Tevens moet gedaagde de bedrijfsruimte binnen veertien dagen ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot aan de ontruiming.
De kantonrechter wijst de vordering tot schadevergoeding vanaf ontruiming tot het moment dat Dulip de ruimte aan een derde verhuurt toe, maar de omvang daarvan moet nog worden vastgesteld. De gevorderde contractuele boeterente over gebruiksvergoeding en incassokosten wordt afgewezen, maar wettelijke rente wordt toegewezen. Partijen dragen hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, incassokosten, boetes en ontruiming binnen veertien dagen.