Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3406

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
11847993 CV EXPL 25-18414
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurkoopovereenkomst en betaling resterende hoofdsom na niet-tijdige betaling leasetermijnen

Eiseres heeft een huurkoopovereenkomst gesloten met gedaagde voor een bedrijfsauto, waarbij gedaagde de leasetermijnen niet tijdig heeft voldaan. Eiseres heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden per 9 juli 2025 en de auto terugontvangen en verkocht, waarbij de opbrengst in mindering is gebracht op de hoofdsom.

Gedaagde erkent een betalingsachterstand door financiële problemen, maar betwist dat de bestuurder de overeenkomst heeft gesloten. De kantonrechter oordeelt dat deze betwisting onvoldoende is onderbouwd en dat eiseres terecht de overeenkomst heeft ontbonden.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de resterende hoofdsom van €28.229,92, incassokosten van €3.814,53, contractuele rente van 18% tot 28 juli 2025, en de kosten van €859,10 voor de inname van de auto. Tevens worden de proceskosten van €2.881,35 aan de zijde van eiseres toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurkoopovereenkomst is ontbonden en gedaagde is veroordeeld tot betaling van de resterende hoofdsom, rente, incassokosten, kosten inname auto en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11847993 CV EXPL 25-18414
datum uitspraak: 27 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] ,
eiseres
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 14 augustus 2025, met bijlagen,
  • het antwoord;
  • de brief met de eisvermindering van [eiseres] .;
1.2.
Op 26 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de heer [persoon A] namens [eiseres] , bijgestaan door mr. Van de Donk, namens de gemachtigde van [eiseres] .

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] heeft op grond van een huurkoopovereenkomst een bedrijfsauto (merk: Audi A1 Sportback [kentekennummer] ) aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] de leasetermijnen niet tijdig aan haar betaald. [eiseres] heeft [gedaagde] daarop laten weten de overeenkomst per 9 juli 2025 te ontbinden. Inmiddels is de auto ingeleverd bij [eiseres] en heeft [eiseres] de auto verkocht voor een bedrag van € 9.380,-. Dit bedrag heeft [eiseres] in mindering gebracht op de hoofdsom. [eiseres] eist daarom in deze procedure, na vermindering van haar eis, dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het resterende bedrag aan huurtermijnen van € 28.229,92 aan haar te betalen en de schade van [eiseres] te vergoeden.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering van [eiseres] . De bestuurder van [gedaagde] , de heer [persoon B] , geeft aan dat niet hij, maar zijn zakenpartner de overeenkomst met [eiseres] is aangegaan.
De overeenkomst is ontbonden
2.3.
[gedaagde] erkent dat zij een betalingsachterstand heeft laten ontstaan en heeft toegelicht dat dit het gevolg is van ernstige financiële problemen. De kantonrechter heeft begrip voor de moeilijke situatie waarin [gedaagde] verkeert. Deze omstandigheden komen echter voor haar eigen rekening en risico. Gelet hierop heeft [eiseres] de overeenkomst terecht ontbonden. De door [eiseres] gevorderde verklaring voor recht wordt dan ook toegewezen.
2.4.
De heer [persoon B] , bestuurder van [gedaagde] , heeft namens [gedaagde] aangevoerd dat niet hij, maar zijn zakenpartner de overeenkomst met [eiseres] heeft gesloten. Volgens hem kon hij geen inzage verkrijgen in de overeenkomst, omdat uitsluitend zijn zakenpartner als contractspartij stond vermeld. Afgezien van de vraag of deze omstandigheid in deze procedure tot een andere uitkomst zou kunnen leiden, is het bovenstaande gemotiveerd betwist door [eiseres] . Volgens [eiseres] is het contract gesloten en ondertekend door de heer [persoon B] , als bestuurder van [gedaagde] . Hij had volgens [eiseres] daarom ook volledige inzage in de leaseovereenkomst. [gedaagde] heeft niets meer ter onderbouwing van haar standpunt aangevoerd, waardoor de kantonrechter hieraan voorbij gaat.
[gedaagde] moet het bedrag van € 28.229,92
2.5.
[gedaagde] heeft de hoogte en de verschuldigdheid van de geëiste hoofdsom niet betwist. Deze vordering wordt daarom toegewezen. [gedaagde] moet € 28.229,92 aan hoofdsom betalen.
[gedaagde] moet € 3.814,53 aan incassokosten betalen
2.6.
[eiseres] eist op grond van de algemene voorwaarden een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van 10 % van de hoofdsom. Op het moment van dagvaarden stond een bedrag van € 38.145,28 open. Het door [eiseres] gevorderde bedrag van € 3.814,53 aan incassokosten wordt daarom toegewezen.
[gedaagde] moet rente betalen
2.7.
De contractuele rente van 18% wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Berekend tot 28 juli 2025 is [gedaagde] een bedrag van € 270,32 aan rente aan [eiseres] verschuldigd.
[gedaagde] moet kosten voor de inname van de auto te betalen
2.8.
[gedaagde] moet ook de kosten voor de inname van de auto vergoeden. In artikel 44 van Pro de algemene voorwaarden staat namelijk dat de gebruiker ( [gedaagde] ) bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst de auto moet afleveren bij [eiseres] . Als deze bepaling niet wordt nagekomen, is [eiseres] bevoegd om op kosten van de gebruiker de auto zelf in te nemen. [eiseres] heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij de auto zelf heeft moeten innemen. De kosten daarvan, ter hoogte van € 859,10, worden daarom toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiseres] op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 1.154,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van € 577,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.881,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen de partijen over de auto met het kenteken [kentekennummer] is ontbonden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 32.314,77 met de contractuele rente van 18% per jaar over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 14 augustus 2025 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 859,10 aan kosten voor de inname van de auto door [eiseres] ;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot vandaag worden vastgesteld op € 2.881,35;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64362