Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 juli 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- het e-mailbericht van Hef Wonen van 5 januari 2026, met bijlage.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds 13 juli 2017 een woning van Stichting Hef Wonen en heeft een huurachterstand van € 3.658,21 opgebouwd. De huurder erkent de achterstand en geeft aan dat zijn voormalige partner altijd de huur betaalde, maar hij was niet op de hoogte dat zij daarmee was gestopt. De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst ontbonden wordt vanwege de ernstige huurachterstand, die bijna vier maanden bedraagt, en het ontbreken van waarborg voor nakoming in de toekomst.
De kantonrechter houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de huurder, waaronder de beëindiging van de relatie en de zwangerschap van zijn nieuwe partner, maar acht deze onvoldoende om ontbinding te voorkomen. De huurder wordt veroordeeld om de woning binnen twee maanden na betekening te ontruimen en een gebruiksvergoeding van € 988,03 per maand te betalen tot de ontruiming.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat het beding in de huurovereenkomst hierover oneerlijk is en afwijkt van de wettelijke regeling. De huurder moet wel de wettelijke rente van € 754,84 betalen. Daarnaast worden de proceskosten van € 1.379,45 aan de zijde van Hef Wonen aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand en rente, met afwijzing van incassokosten wegens oneerlijk beding.