Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
€ 2.549,19 aan parkeerboetes laten ontstaan.
3.De beoordeling
4.De beslissing
A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026. [1]
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 19 februari 2026 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares. De bewindvoerder had verzocht de regeling te beëindigen omdat schuldenares haar verplichtingen niet nakwam, waaronder het niet aantonen van sollicitatie-inspanningen, het niet verstrekken van benodigde informatie en het ontstaan van nieuwe schulden.
Tijdens de zitting verklaarde schuldenares moeite te hebben met het naleven van de verplichtingen vanwege haar zorg voor haar zoon en gaf zij aan sinds september 2025 parttime te werken. De rechtbank oordeelde dat zij onvoldoende bewijs leverde van haar inspanningen om fulltime werk te verkrijgen en dat zij de informatieverplichting niet nakwam. Ook werden nieuwe schulden geconstateerd die haar te verwijten zijn.
Gezien deze tekortkomingen en het ontbreken van vertrouwen dat schuldenares zich in de toekomst aan haar verplichtingen zal houden, besloot de rechtbank de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld, waarbij geen baten beschikbaar zijn voor voldoening van vorderingen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet nakomen van verplichtingen door schuldenares.