Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3376

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/10/715010 / JE RK 26-310
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2], die respectievelijk bij de moeder en vader wonen. De eerdere ondertoezichtstelling liep tot 24 maart 2026. De zitting vond plaats op 19 maart 2026, waarbij de vader en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren; de moeder was afwezig maar correct opgeroepen.

De GI lichtte toe dat ondanks betrokkenheid van verschillende jeugdbeschermers en een recent positief omgangsmoment tussen de kinderen en tussen de vader en [voornaam minderjarige 1], het niet is gelukt om de zorgregeling structureel te implementeren. De moeder staat niet open voor omgang met [voornaam minderjarige 2]. De GI wil starten met een Parallel Solo Ouderschap traject om ouders afzonderlijk te begeleiden.

De vader uitte zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1], die achterloopt op school en professionele hulp nodig heeft. De kinderrechter concludeerde dat de ontwikkeling van beide kinderen ernstig wordt bedreigd en dat de GI betrokken moet blijven om verdere stappen te zetten. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd tot 24 maart 2027 en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd tot 24 maart 2027 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/715010 / JE RK 26-310
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 16 februari 2026, ontvangen op diezelfde datum;
  • de stukken van de vader, ontvangen op 10 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] woont bij de moeder.
2.3.
[voornaam minderjarige 2] woont bij de vader.
2.4.
Bij beschikking van 24 juni 2025 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 24 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht dit als volgt toe. Er zijn verschillende jeugdbeschermers betrokken geweest. Sinds enkele maanden is er een vaste jeugdbeschermer. [voornaam minderjarige 1] woont bij de moeder en [voornaam minderjarige 2] bij de vader. Sinds de laatste beschikking is het onvoldoende gelukt om de vastgestelde zorgregeling van de grond te laten komen. Op 1 maart 2026 heeft er wel een eerste omgangsmoment tussen de kinderen en tussen [voornaam minderjarige 1] en de vader plaatsgevonden. Het omgangsmoment verliep positief en er zijn geen negatieve punten of zorgen waargenomen. De kinderen hadden elkaar erg gemist en waren blij om elkaar weer te zien. De GI is voornemens om de omgangsmomenten maandelijks door te plannen en waar mogelijk verder uit te breiden. De GI zou ook graag een omgangsmoment tussen de moeder en [voornaam minderjarige 2] faciliteren, maar de moeder staat hiervoor nog niet open. Bij de moeder is hulpverlening vanuit SPAM betrokken, maar de moeder ziet nog geen mogelijkheid om hiermee ook te werken aan omgangsmomenten met [voornaam minderjarige 2] . De GI heeft als voornemen binnen enkele weken te starten met het traject Parallel Solo Ouderschap (PSO-traject), waar de ouders los van elkaar en bij verschillende organisaties een traject zullen volgen. Om duidelijkheid en structuur te geven aan de kinderen is het van belang dat de ouders zich gaan inzetten om verdere stappen te zetten.
4.2.
De vader brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. De vader vindt het vervelend dat het, met de tussenkomst van de GI, nog niet is gelukt om structurele omgang te bewerkstelligen voor de kinderen. Het afgelopen omgangsmoment verliep positief. Het gaat goed met [voornaam minderjarige 2] , maar de vader maakt zich zorgen om [voornaam minderjarige 1] . De vader merkt dat [voornaam minderjarige 1] achterloopt met school en dat hij professionele hulp nodig heeft. Het is belangrijk dat de kinderen samen opgroeien en beiden een veilige, stabiele thuissituatie hebben. De vader wenst dat de omgang ook plaatsvindt in [woonplaats 2] , zodat [voornaam minderjarige 1] daar ook kan wennen.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De omgang tussen de kinderen onderling en de omgang tussen de vader en [voornaam minderjarige 2] is inmiddels opgestart, maar het is nog niet gelukt om met de inzet van hulpverlening de omgang structureel te laten plaatsvinden, de omgang tussen de moeder en [voornaam minderjarige 2] te faciliteren en de verstandhouding tussen de ouders te verbeteren. Het is nodig dat de GI de aankomende periode betrokken blijft om hierin de nodige stappen te (blijven) zetten.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] daarom verlengen voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 24 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder en E.G.H. Kerr als griffiers, en op schrift gesteld op 26 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.