De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2], die respectievelijk bij de moeder en vader wonen. De eerdere ondertoezichtstelling liep tot 24 maart 2026. De zitting vond plaats op 19 maart 2026, waarbij de vader en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren; de moeder was afwezig maar correct opgeroepen.
De GI lichtte toe dat ondanks betrokkenheid van verschillende jeugdbeschermers en een recent positief omgangsmoment tussen de kinderen en tussen de vader en [voornaam minderjarige 1], het niet is gelukt om de zorgregeling structureel te implementeren. De moeder staat niet open voor omgang met [voornaam minderjarige 2]. De GI wil starten met een Parallel Solo Ouderschap traject om ouders afzonderlijk te begeleiden.
De vader uitte zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1], die achterloopt op school en professionele hulp nodig heeft. De kinderrechter concludeerde dat de ontwikkeling van beide kinderen ernstig wordt bedreigd en dat de GI betrokken moet blijven om verdere stappen te zetten. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd tot 24 maart 2027 en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.