Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van de onder 1 impliciet primair ten laste gelegde moord;
- bewezenverklaring van de onder 1 impliciet subsidiair ten laste gelegde doodslag en het onder 2 ten laste gelegde wapenbezit met bijbehorende munitie;
- toepassing van het volwassenstrafrecht;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren, met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
of omstreeks10 augustus 2024 te Rotterdam opzettelijk
en al dan nietmet voorbedachten rade,een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft
beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk
en al dan niet na kalm beraad en rustigoverleg,met een vuurwapen een kogel in/door het lichaam van die [slachtoffer] geschoten,
tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
hij op
of omstreeks10 augustus 2024 te Rotterdam,
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en
munitie,
te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van
een pistool van het merk Glock, Gen5, Cz, kaliber .9mm
en
/ofvoor dat vuurwapen geschikte munitie, voorhanden heeft gehad.
5.Strafbaarheid feiten en verdachte
6.Motivering straf
7.Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen
- de benadeelde partij
- de benadeelde partij
- de benadeelde partij
- de benadeelde partij
- de benadeelde partij
8.Vordering tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
voor de duur van 5 jaren;
[benadeelde 1], te betalen een bedrag van
€ 21.853,00 (zegge: eenentwintigduizend achthonderd drieënvijftig euro), bestaande uit materiële schade en affectieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] te betalen
€ 21.853,00 (zegge: eenentwintigduizend achthonderd drieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
[benadeelde 2]niet-ontvankelijk in de vordering;
[benadeelde 3], te betalen een bedrag van
€ 17.500,00 (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), bestaande uit affectieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3] te betalen
€ 17.500,00 (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
[benadeelde 4], te betalen een bedrag van
€ 25.400,00 (zegge: vijfentwintigduizend vierhonderd euro), bestaande uit materiële schade en affectieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 4] te betalen
€ 25.400,00 (zegge: vijfentwintigduizend vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
[benadeelde 5], te betalen een bedrag van
€ 25.400,00 (zegge: vijfentwintigduizend vierhonderd euro), bestaande uit materiële schade en affectieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 5] te betalen
€ 25.400,00 (zegge: vijfentwintigduizend vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
tenuitvoerleggingvan het resterende gedeelte van de voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 45 dagen, opgelegd bij vonnis van 19 oktober 2021 van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank aan de veroordeelde (parketnummer: 10-117097-21);
tenuitvoerleggingvan de voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 105 dagen, opgelegd bij vonnis van 3 augustus 2023 van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank aan de veroordeelde (parketnummer: 10-019373-22);
met voorbedachten rade, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft
beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig
overleg,
met een vuurwapen een kogel in/door het lichaam van die [slachtoffer] geschoten,
tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
hij op of omstreeks 10 augustus 2024 te Rotterdam,
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en
munitie,
te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van
een pistool van het merk Glock, Gen5, Cz, kaliber .9mm
en/of voor dat vuurwapen geschikte munitie, voorhanden heeft gehad.