Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van de man van 8 maart 2026;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De feiten
3.Het geschil in conventie en reconventie
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
5.De beslissing
voorlopigeregeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:
- de minderjarige verblijft drie keer per week op maandag, woensdag en vrijdag van 14:00 uur en uiterlijk 17:00 uur bij de vrouw, tenzij partijen met de hulpverlening andere dagen en tijdstippen overeengekomen gelet op het ritme van de minderjarige of de beschikbaarheid van de hulpverlening;
- waarbij de contactmomenten in beginsel plaatsvinden in [woonplaats] onder begeleiding van de betrokken hulpverlening van het wijkteam of Veilig Thuis of door hen ingeschakelde derden;
- op drie andere dagen in de week hebben de vrouw en de minderjarige beeldbelcontact met elkaar;
- uitbreiding van de contactmomenten is mogelijk in overleg met de hulpverlening en onbegeleide contactmomenten pas na afronding van het onderzoek van Veilig Thuis en ook in overleg met de hulpverlening;