Eiser, die sinds 1996 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor dieetkosten voor meerdere dieetnummers. Na een initiële toekenning voor dieetnummer 9 (FODMAP) en afwijzing voor dieetnummers 13 en 19, stelde eiser beroep in tegen de afwijzing. Het college baseerde zich op een medisch advies waarin werd gesteld dat medicatie voorliggend is op dieetbehandeling.
Eiser betwistte dit advies en stelde dat het onzorgvuldig en onduidelijk was, mede vanwege een onjuist bedrag en gebrek aan onderbouwing over de medische situatie. Na nader onderzoek en aanvullende toelichting van de medisch deskundige concludeerde het college dat bijzondere bijstand voor dieetnummers 13 en 19 alsnog toegekend kan worden voor de periode 1 november 2024 tot en met 31 oktober 2025.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen recht heeft op bijstand voor onbepaalde tijd, omdat de aanvraag niet zo was ingediend en verbetering van de medische situatie niet is uitgesloten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het dieetnummers 13 en 19 betreft, en bepaalde dat bijzondere bijstand wordt toegekend voor genoemde periode en bedragen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.