Eiseres, een makelaar, sloot met gedaagden op 8 juni 2023 een overeenkomst tot dienstverlening voor de verkoop van hun woning en op 16 oktober 2023 een aanvullende bemiddelingsovereenkomst voor verhuur. Volgens de Algemene Consumentenvoorwaarden Makelaardij heeft eiseres recht op courtage indien tijdens de looptijd van de opdracht een huurovereenkomst tot stand komt, ook als dit niet via haar diensten is gebeurd.
Eiseres stelde vast dat de woning op 26 januari 2024 bewoond werd door huurders die zij niet via haar bemiddeling hadden geplaatst. Gedaagden betwistten de verhuur, maar erkenden ter zitting dat zij de vordering zouden erkennen indien de verhuur werd vastgesteld. De kantonrechter achtte de verklaring van een getuige namens eiseres overtuigend en vond de betwisting van gedaagden onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat gedaagden de woning tijdens de looptijd van de opdracht zelf buiten de bemiddeling van eiseres om hebben verhuurd, waardoor zij de overeenkomst schonden en de volledige courtage verschuldigd zijn. De vordering van € 3.284,43, bestaande uit hoofdsom, incassokosten en rente, werd toegewezen. Tevens werden gedaagden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.