Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3221

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
C/10/715176 / JE RK 26-333
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige kinderen bij vader zonder gezag

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend voor een machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen bij hun vader zonder gezag, voor de duur van drie maanden. De kinderen wonen sinds januari 2026 bij hun vader, nadat het ouderlijk gezag van de vader was beëindigd en de kinderen onder voogdij van de tante waren gesteld. De tante kon de zorg niet langer dragen, waardoor dringende opvang nodig was.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de vader, de tante, een vertegenwoordiger van de Raad en een jeugdbeschermer aanwezig. De kinderen zijn gehoord en gaven aan graag bij hun vader te willen wonen. De vader staat open voor hulpverlening en werkt aan een stabiele opvoedsituatie met ondersteuning van een schuldhulpmaatje en familie.

De kinderrechter acht een uithuisplaatsing bij de vader zonder gezag de meest passende optie, omdat plaatsing elders zou leiden tot scheiding van de kinderen. De GI zal de opvoedsituatie monitoren en hulpverlening inzetten. De machtiging wordt verleend tot 18 mei 2026 en is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen bij hun vader zonder gezag tot 18 mei 2026, direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/715176 / JE RK 26-333
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord-Holland,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Haarlem,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[tante moederszijde],
hierna te noemen: de tante moederszijde (mz.), wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. Moghni, kantoorhoudende te Rotterdam,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Amsterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 18 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het e-mailbericht van de vader van 23 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader;
  • de tante (mz.);
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter constateert dat de GI juist is opgeroepen, maar dat er geen vertegenwoordiger van de GI is verschenen. De kinderrechter heeft de jeugdbeschermer, [persoon B] , gebeld. Zij heeft de zitting hierna telefonisch bijgewoond.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 10 januari 2024 is het ouderlijk gezag van de vader over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] beëindigd.
2.2.
Bij beschikking van 7 mei 2024 zijn [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onder voogdij gesteld van de tante (mz).
2.3.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wonen sinds januari 2026 bij hun vader.
2.4.
Bij spoedbeschikking van 19 februari 2026 zijn [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 18 februari 2026 tot 18 mei 2026. De beslissing op het overige is aangehouden.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De Raad heeft verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de vader zonder gezag, te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Er resteert nog een beslissing op dit verzoek.

4.De standpunten

4.1.
De Raad handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. De tante (mz.) kon de zorg voor [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] niet meer dragen, waardoor er dringend opvang nodig was voor de kinderen. Er moest een afweging worden gemaakt tussen plaatsing van de kinderen in een pleeggezin, met het risico dat de kinderen niet bij elkaar zouden kunnen blijven, of bij de vader zonder gezag. De familie van de vader heeft de keuze gemaakt om de kinderen bij de vader te plaatsen en de Raad staat daar ook achter. De machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk, zodat de GI een coördinerende rol kan spelen en gerichte hulpverlening kan inzetten bij de vader thuis. Daarnaast is het van belang dat de GI zicht krijgt op de situatie bij de vader thuis en onderzoek doet naar de opvoedingsvaardigheden van de vader. De kinderen hebben namelijk duidelijkheid over hun perspectief nodig. Op 26 februari 2026 heeft een intakegesprek plaatsgevonden bij Its4Sure voor het aanvragen van ambulante spoedhulp bij de vader thuis. Its4Sure gaat onderzoek doen naar de opvoedvaardigheden van de vader en welke intensieve opvoedondersteuning daarbij nodig is. Dit doen zij op basis van huisbezoeken. Verder wordt de vader ondersteund door een schuldhulpmaatje, vanuit de gemeente en door zijn nicht. Beiden zijn zeer betrokken bij de vader en zorgen voor de kinderen. Op dit moment verblijven de kinderen al bij de vader en dit verloopt goed. [voornaam minderjarige 1] doet mee aan de Ramadan en is aangemeld bij een kickboksschool. Op dit moment gaan de kinderen nog niet naar school, omdat de schoolvakanties van de regio’s Noord- en Zuid-Holland niet tegelijk vielen. De vader heeft al wel contact opgenomen met scholen in de buurt.
4.2.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. De GI gaat de komende periode onderzoeken welke hulpverlening moet worden ingezet bij de vader thuis om een stabiele opvoedbasis voor de kinderen te creëren. Op dit moment is Intensieve Ambulante Opvoedondersteuning (ASH) ingezet om te onderzoeken waar de vader ondersteuning bij nodig heeft. De intensieve hulpverlening ziet op de basale verzorging, begrenzing en emotionele beschikbaarheid. Er vinden fysieke huisbezoeken plaats. De hulpverlening ziet niet op de praktische ondersteuning, zoals bij het koken. In de komende periode zal de GI de opvoedsituatie bij de vader monitoren en waar nodig, hulpverlening inzetten voor praktische ondersteuning. Ook is het belangrijk om de kinderen goed te monitoren, omdat er sprake is van een belast verleden met veel verlieservaringen. Bovendien woont de tante (mz.) in Rotterdam en de vader in Hoofddorp, waardoor de kinderen zijn gescheiden van hun tante, neefjes, nichtjes, vrienden en vriendinnen uit de buurt. Hierdoor bevinden zij zich in een kwetsbare positie. In de komende drie maanden is het van belang dat de kinderen weer naar school gaan. De GI zal de vader ondersteunen bij de aanmeldingen. Ook zijn de kinderen aangemeld voor kickboks-coaching.
4.3.
De vader stemt in met het verzoek van de Raad en brengt het volgende naar voren. De vader staat open voor hulpverlening en wil het beste voor zijn dochters. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wonen bij de vader en dit verloopt goed. Bij de vader thuis krijgen de kinderen te eten en hebben ze een eigen bed. De kinderen gaan op dit moment alleen nog niet naar school. De vader heeft de kinderen wel aangemeld bij een school in de buurt, maar heeft nog geen reactie ontvangen. [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] zitten goed in hun vel en zijn blij dat ze bij de vader wonen.
4.4.
Door en namens de tante (mz.) is het volgende naar voren gebracht. De tante (mz.) staat achter het verzoek van de Raad. Desalniettemin heeft het verzoekschrift haar geraakt. In het verzoekschrift wordt de situatie geschetst alsof de tante (mz.) plotseling zou hebben besloten de kinderen niet langer te willen verzorgen en geen hulpverlening zou hebben willen accepteren. Dit klopt niet. De tante (mz.) stond juist open voor hulpverlening, maar deze werd haar niet aangeboden. De tante (mz.) wil het allerbeste voor [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] en heeft zich de afgelopen jaren maximaal ingespannen om de kinderen zo goed mogelijk op te voeden. Zij heeft meermalen contact gezocht met de vader, maar hij kwam zijn afspraken niet na. De tante (mz.) heeft daarnaast ook eigen kinderen en het was voor haar niet langer haalbaar om voor alle kinderen te blijven zorgen. Op dit moment gaat het goed met [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] bij de vader. Zij wil graag contact blijven houden met de kinderen en hoopt dat de vader daaraan zijn medewerking zal verlenen.

5.De beoordeling

5.1.
Ter zitting is gebleken dat de tante (mz.) moeite heeft met het loslaten van de kinderen, maar dat zij, na jarenlang crisiszorg te hebben verleend, heeft moeten besluiten dat het nu meer in het belang van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] is dat zij bij de vader gaan wonen. De kinderen kennen een belast verleden met veel verlieservaringen en bevinden zich momenteel in een kwetsbare situatie. Desondanks tonen zij veerkracht en geven zij aan graag bij de vader te willen wonen. Tegelijkertijd is het herstelde contact met de vader nog pril (sinds januari 2026) en dient te worden afgewacht hoe de kinderen hierop in gedrag en functioneren zullen reageren. De kinderrechter acht het in ieder geval niet in het belang van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] dat zij elders worden opgevangen in een crisisvoorziening, waar zij naar verwachting van elkaar zouden worden gescheiden. Een uithuisplaatsing bij de vader zonder gezag acht de kinderrechter daarom thans de meest passende optie.
5.2.
Het is positief dat de vader openstaat voor hulpverlening en, met behulp van zijn schuldhulpmaatje en nicht, hard werkt om zijn situatie op orde te brengen door scholen te regelen en de woning geschikt te maken voor de kinderen. In de komende periode dient de GI echter te onderzoeken of de vader voldoende in staat is te voorzien in de verschillende opvoedingsbehoeften van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] , gelet op hun uiteenlopende leeftijden. De GI heeft toegezegd intensieve hulpverlening in de thuissituatie in te zetten en op korte termijn scholing voor de kinderen te regelen. Tevens acht de kinderrechter het in het belang van de kinderen dat zij contact blijven onderhouden met de tante (mz.) en haar kinderen. De kinderrechter gaat ervanuit dat de GI hiervoor zorgdraagt.
5.3.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1] De kinderrechter verleent een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader zonder gezag voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 18 mei 2026. De kinderrechter wijst het overig verzochte af.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] bij de vader zonder gezag tot 18 mei 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door mr. H. Mol, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.