Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 maart 2026 in de zaak tussen
(gemachtigde: [naam 1] )
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een publiek toegankelijk dakpark op het rijksmonument de Hofbogen in Rotterdam. Het college had de vergunning verleend op 28 oktober 2025, waarna verzoekster beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 13 maart 2026, waarbij verzoekster niet verscheen.
Het dakpark maakt deel uit van een groene stedelijke structuur en is toegestaan op grond van het omgevingsplan Rotterdam, dat het bestemmingsplan “Liskwartier” bevat. Hoewel het project deels afwijkt van het omgevingsplan, geldt dit niet voor de locatie van het dakpark zelf. Het college heeft de aanvraag getoetst en een omgevingsvergunning verleend, mede op basis van positief advies van de Commissie voor Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed en het Hoogheemraadschap.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is omdat de werkzaamheden pas eind 2026 starten. Ook is het dakpark op grond van het omgevingsplan toegestaan, zodat het college geen belangenafweging hoefde te maken ten aanzien van verzoekster. De participatie was uitgebreid en zorgvuldig, zonder resultaatverplichting. De vermeende nadelige gevolgen voor privacy en veiligheid zijn onvoldoende om het besluit te schorsen. Verzoekster kan haar financiële schade in de bodemprocedure aan de orde stellen.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af, waardoor de omgevingsvergunning blijft gelden. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het dakpark wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en gegrondheid van het besluit.