Werkneemster [persoon A] was sinds 1 juli 2001 werkzaam bij de Gemeente Hoeksche Waard als griffiemedewerker. Na een intern onderzoek naar onregelmatigheden en een conflict over een onveilige werkomgeving, werd zij op 2 september 2025 geschorst. Tijdens haar schorsing stuurde zij vertrouwelijke bestanden naar haar privémail, ondanks een verbod en waarschuwingen. De Gemeente ontsloeg haar daarop op staande voet op 9 september 2025.
[persoon A] betwistte de bevoegdheid van de waarnemend griffier om de besluiten te nemen en stelde dat de schorsing onrechtmatig was. De kantonrechter oordeelde dat de Werkgeverscommissie bevoegd was en dat de schorsing en het ontslag rechtsgeldig waren. Er was sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet, namelijk het schenden van de informatieveiligheid en het escalerend gedrag van [persoon A].
Hoewel het ontslag rechtsgeldig is, kende de kantonrechter 75% van de transitievergoeding toe. Dit vanwege het lange dienstverband van ruim 23 jaar, het ontbreken van kwade bedoelingen bij het doorsturen van bestanden, het ontbreken van schade voor de Gemeente, en de ernstige ziekte van [persoon A] na het ontslag. De proceskosten werden aan [persoon A] opgelegd omdat zij voor het grootste deel in het ongelijk werd gesteld.