Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 18 september 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 13 februari 2025;
- het verweerschrift van de man op het zelfstandig verzoek van de vrouw, met bijlagen, ingekomen op 6 mei 2025;
- het bericht van de vrouw van 30 juni 2025;
- het aanvullende verweerschrift, tevens gewijzigd zelfstandig verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 12 januari 2026;
- het bericht met bijlagen van de vrouw, tevens inhoudende een gewijzigd verzoek, van 13 januari 2026;
- de berichten met bijlagen van de man van 13 januari 2026 en 15 januari 2026;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 19 januari 2026, zijnde de reactie op een verzoek van de rechtbank van diezelfde datum.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- goederen verkregen door erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift;
- pensioenrechten waarop de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing is, alsmede met die pensioenrechten verband houdende rechten op nabestaandenpensioen;
- rechten op het vestigen van vruchtgebruik als bedoeld artikel 1:94 lid 2 aanhef Pro en onder c BW.
4.De beslissing
binnen vier weken na de datum van deze beschikkinghet verschil tussen de saldi op de datum van het huwelijk en de peildatum (18 september 2024) van de onder 3.26.
(onder b) genoemde bankrekeningen bij helfte moeten verdelen en ieder voor de helft draagplichtig zijn voor een eventueel negatief verschil;
binnen een periode van vier weken na de datum van deze beschikking;
mr. S.L. Raphael en mr. C.C.B. Boshouwers (kinder)rechters, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. S. Stolk, griffier, op 9 maart 2026.