Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank beoordeelt dat zij niet te goeder trouw was met betrekking tot een deel van de schuld aan Thelxinoe C.V., omdat zij het appartement niet deugdelijk heeft opgeleverd, waardoor herstel- en ontruimingskosten zijn ontstaan.
Desondanks past de rechtbank de hardheidsclausule toe vanwege bijzondere omstandigheden: verzoekster werd verlaten door haar ex-partner en voelde zich niet verantwoordelijk voor het leeghalen van het appartement, omdat de inboedel van haar ex-echtgenoot was. Er is vertrouwen dat verzoekster zich aan de verplichtingen van de Wsnp zal houden.
De rechtbank stelt de looptijd van de regeling vast op achttien maanden met ingang van 19 februari 2026 en benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris. Er wordt geen eerdere ingangsdatum vastgesteld omdat niet is voldaan aan de vereiste verplichtingen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject.
Tijdens de Wsnp moet verzoekster voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden. De bewindvoerder beheert de boedel en controleert de naleving van de verplichtingen. Bij succesvolle afronding eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers niet langer kunnen verhalen op verzoekster.