Verzoekster heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank beoordeelt dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder het te goeder trouw zijn en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen.
De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is de insolventieprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt. De looptijd van de Wsnp wordt vastgesteld op achttien maanden, ingaande op de datum van het vonnis, 11 februari 2026.
Verzoekster had verzocht om een eerdere ingangsdatum van 27 maart 2025, maar dit verzoek wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de inspanningsplicht, met name het ontbreken van sollicitaties naar een fulltime baan. Verzoekster is door de gemeente ontheven van de arbeidsplicht vanwege de zorg voor jonge kinderen, maar deze ontheffing voldoet niet aan de Wsnp-vereisten.
De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen en het beheer van de boedel. Tijdens de Wsnp geldt een postblokkade van dertien maanden. Bij volledige naleving van de verplichtingen eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers niet langer kunnen verhalen op verzoekster.
De uitspraak is in het openbaar gedaan op 11 februari 2026 en biedt de mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.