ECLI:NL:RBROT:2026:3088
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen tegen Dienst Toeslagen gegrond verklaard
De zaak betreft het beroep van een opposante tegen de Dienst Toeslagen wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade. De rechtbank had het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat zij uitging van een verkeerde aanvraagdatum, waardoor de verlenging van de beslistermijn als tijdig werd beschouwd.
In het verzet stelde de opposante dat de aanvraag eerder was ingediend dan de Dienst Toeslagen aannam, wat werd onderbouwd met correspondentie en een voorschotbeslissing. De rechtbank oordeelde dat de eerdere uitspraak niet in stand kon blijven en verklaarde het verzet gegrond.
Vervolgens deed de rechtbank inhoudelijk uitspraak op het beroep en stelde vast dat de Dienst Toeslagen niet tijdig had beslist. De rechtbank legde een nieuwe beslistermijn van 60 weken vast, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000. Tevens werd een bestuurlijke dwangsom van €1442 vastgesteld wegens eerdere overschrijding. De Dienst Toeslagen werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt gegrond verklaard en er wordt een nieuwe beslistermijn met dwangsom opgelegd aan de Dienst Toeslagen.