Uitspraak
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
1.Tenlastelegging
primair
subsidiair
2.Bewijs
- De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 12 maart 2026;
- Het proces-verbaal van aangifte, Eenheid Rotterdam, nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina’s 89 tot en met 97 van het voorgeleidingsdossier, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer 1] ;
- Het proces-verbaal van aangifte, Eenheid Rotterdam, nummer [nummer proces-verbaal 2] 16, pagina’s 6 tot en met 8 van het voorgeleidingsdossier, inhoudende de verklaring van aangever [aangever] .
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
5.Voorlopige hechtenis
6.Vordering van de benadeelde partij
7.Vordering tot tenuitvoerlegging 10/178351-23
8.Wettelijke voorschriften
9.Beslissingen
gevangenisstraf van 180 dagen;
de 84 (vierentachtig) dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
twee (2) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
)
tenuitvoerleggingvan de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van
twee maanden, zoals opgelegd in het vonnis van 6 februari 2024;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [naam instelling] aan de staat
€ 600,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 26 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
6 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.