Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2012. Hoewel eerder een besluit was genomen over de toeslagjaren 2007 tot en met 2009, is op deze latere aanvraag niet tijdig beslist. Verweerder, de Dienst Toeslagen, stelde dat er geen tweede aanvraag was en dat reeds op de eerste aanvraag was beslist.
De rechtbank oordeelt dat aanvragen en besluiten binnen dezelfde regeling samenhangend zijn, maar dat dit niet betekent dat een beroep wegens niet tijdig beslissen op een latere aanvraag uitgesloten is. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op de aanvraag over 2010-2012, is het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en bepaalt dat verweerder binnen zes weken na verzending van het vonnis een besluit moet nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Klomp.