De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. Hoewel de schuldenaar meerdere verkeersboetes had laten ontstaan in 2024 en 2025, wat in beginsel tegen toelating pleit omdat deze schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan, besloot de rechtbank toch tot toelating met toepassing van de hardheidsclausule.
De rechtbank baseerde dit op de motivatie van de schuldenaar die na een lange periode van problemen zijn leven stabieler heeft gemaakt en daarbij steun ontvangt van zijn ouders. Er is vertrouwen dat hij zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp, waaronder het niet maken van nieuwe schulden. De rechtbank stelde de looptijd van de regeling vast op achttien maanden, ingaand op de datum van het vonnis, 11 februari 2026.
Tijdens de regeling wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen en het beheer van de boedel. Ook is een rechter-commissaris aangesteld voor toezicht op de bewindvoerder. De regeling kent een postblokkade van dertien maanden en eindigt met een schone lei indien alle verplichtingen worden nagekomen. De rechtbank wees tevens een voorschot toe aan de bewindvoerder, voor zover de boedel toereikend is.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.