Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en inmiddels gescheiden. Tijdens het huwelijk zijn schulden ontstaan die de man grotendeels zelfstandig heeft afgelost. Hij vordert dat de vrouw haar aandeel in deze schulden betaalt en dat zij inzage geeft in haar bankafschriften ter verduidelijking van de financiële situatie.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is, waarbij de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen geldt. De hoofdregel is dat beide echtgenoten gelijkelijk draagplichtig zijn voor de schulden, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit anders maken. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd waarom zij niet haar aandeel zou moeten betalen.
De man heeft recht op regres voor het meerdere dat hij heeft betaald. De rechtbank wijst de betaling toe, inclusief wettelijke rente vanaf vier weken na het verzoekschrift, omdat geen eerdere ingebrekestelling is gesteld. De vrouw moet ook haar bankafschriften overleggen, maar niet onder dwangsom, omdat escalatie wordt gevreesd.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.