ECLI:NL:RBROT:2026:301
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen door UWV
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift door het UWV. Nadat het UWV op 23 mei 2025 alsnog een beslissing op bezwaar nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren en heeft zonder zitting uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond is.
De proceskostenvergoeding is berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de ingediende proceshandeling een vast bedrag van € 934,- geldt, verminderd met een factor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak, resulterend in een vergoeding van € 467,-. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV ook het griffierecht van € 53,- moet vergoeden.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door rechter S.E.C. Debets op 19 januari 2026.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een beslissing op bezwaar.