ECLI:NL:RBROT:2026:3008

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
10-037643-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Partiële vrijspraak diefstal met geweld, veroordeeld voor diefstal in vereniging met taakstraf

Op 26 december 2024 pleegde verdachte samen met anderen een diefstal in vereniging in de woning van het slachtoffer te Rotterdam. Hoewel verdachte geweld gebruikte tegen het slachtoffer, kon niet worden vastgesteld dat dit geweld diende om de diefstal te faciliteren, waardoor hij werd vrijgesproken van diefstal met geweld.

De rechtbank verklaarde verdachte wel schuldig aan diefstal in vereniging en legde een taakstraf van 200 uur op, met aftrek van voorarrest, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. Een contactverbod met het slachtoffer en een medeverdachte werd als bijzondere voorwaarde opgelegd.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer, de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder mentale klachten en schulden, en de bijzondere omstandigheden dat verdachte handelde uit eigenrichting vanwege openbaarmaking van compromitterende beelden.

De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding van €2.130,55 toegewezen, bestaande uit materiële en immateriële schade, met wettelijke rente vanaf 26 december 2024. De rechtbank verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk voor het resterende deel van de vordering en legde een schadevergoedingsmaatregel op.

Verder werden een balletjespistool en verdovende middelen die in beslag waren genomen onttrokken aan het verkeer. De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven per datum uitspraak.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van diefstal met geweld, veroordeeld voor diefstal in vereniging met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf; schadevergoeding deels toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-037643-25
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Datum zitting: 16 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1990 in [geboorteplaats 1]
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. J. Vermaat
Officier van justitie: mr. M. Vollebregt
Benadeelde partij: [benadeelde]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. M.A. Oosterveen

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van – samengevat – betrokkenheid bij een diefstal met geweld in vereniging.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
hij op of omstreeks 26 december 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een contant geldbedrag van ongeveer EUR 500,00 en/of EUR 800,00 en/of
- een (smart)televisie en/of
- een mobiele telefoon (merk Maxcom) en/of
- een mobiele telefoon (merk Huawai) en/of
- meerdere (speelgoed)drones en/of
- meerdere schoenen en/of
- meerdere parfums en/of
- meerdere sloffen sigaretten en/of vapes,
in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- betreden van de woning van die [slachtoffer] , gelegen aan de [adres 2] , en/of zich aldaar zich opdringen aan [slachtoffer] en/of
- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) (met gebalde vuisten) op/tegen het hoofd/gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan/stompen en/of
- ( met kracht) op/tegen het hoofd/gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer] te schoppen/trappen en/of
- die [slachtoffer] beet te pakken/vast te pakken en/of
- die [slachtoffer] (met kracht) te duwen en/of
- aan die [slachtoffer] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen en/of
- aan die [slachtoffer] de woorden toe te voegen: “Blijf zitten, anders ga je slapen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

2.Bewijs

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor diefstal met geweld in vereniging. De verdachte heeft geweld gebruikt met het oogmerk om de goederen van de aangever weg te nemen.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft een partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van de geweldscomponent en zich ten aanzien van de diefstal in vereniging gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte heeft goederen weggenomen nadat het geweld was gepleegd en zonder dat het gebruikte geweld daar een faciliterende rol in speelde.
Oordeel van de rechtbank
Partiële vrijspraak diefstal met geweld
Hoewel de diefstal en het door de verdachte gebruikte geweld in ieder geval deels gelijktijdig hebben plaatsgevonden, kan niet worden vastgesteld dat het oogmerk van de verdachte erop gericht was om dat geweld ten dienste te stellen van het wegnemen van de goederen van de aangever. Dit betekent dat de verdachte wordt vrijgesproken van diefstal met geweld. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van diefstal in vereniging.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat
hij op 26 december 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen,
- een geldbedrag en
- een televisie en
- een mobiele telefoon (merk Maxcom)
die aan [slachtoffer] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de diefstal in vereniging bekend en er is in zoverre geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven [1] .
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer] [3]

3.Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straffen

Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 26 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar. Als bijzondere voorwaarde moet een contactverbod met de aangever [slachtoffer] en de medeverdachte [medeverdachte] worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar te volstaan met een (forse) taakstraf, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan diefstal. De verdachte en twee van zijn medeverdachten zijn door een vierde medeverdachte en zonder toestemming van het slachtoffer de woning binnengelaten. Vervolgens hebben zij persoonlijke bezittingen van het slachtoffer weggenomen. Door aldus te handelen heeft de verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het slachtoffer, maar ook op zijn persoonlijke levenssfeer en gevoel van veiligheid. Dat de diefstal in de woning van het slachtoffer heeft plaatsgevonden, rekent de rechtbank de verdachte in het bijzonder aan. Een woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig zou moeten voelen. Uit de verklaring van het slachtoffer en de door hem ingediende vordering blijkt dat het feit veel impact op hem heeft gehad. Dit soort feiten veroorzaken veelal ook gevoelens van onrust in de directe omgeving en in de maatschappij in het algemeen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
- Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 22 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf. Artikel 63 Sr Pro is van toepassing, hetgeen de rechtbank in strafmatigende zin meeweegt.
- Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij spijt heeft van zijn handelen. Hij heeft last van mentale klachten en voert hierover gesprekken met de praktijkondersteuner van de huisarts. De verdachte is mantelzorger voor zijn moeder en ontvangt een uitkering. Hij heeft € 15.000,- aan schulden en heeft hiervoor betalingsregelingen getroffen.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van het strafbare feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de aard en duur van de straffen heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan waar de officier van justitie van uit is gegaan. De rechtbank ziet daarin aanleiding om de door de officier van justitie gevorderde straf fors te matigen.
Hoewel diefstal met geweld niet bewezen is verklaard, weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee dat hij wel geweld heeft gebruikt tegen het slachtoffer en dat het slachtoffer daarbij letsel heeft opgelopen. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de bijzondere omstandigheden waaronder de verdachte het strafbare feit heeft begaan. Nadat het slachtoffer compromitterende beelden van de verdachte openbaar had gemaakt, meende de verdachte een einde te moeten maken aan deze openbaarmaking. Hoewel de verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan eigenrichting, hetgeen nooit kan worden getolereerd, weegt de rechtbank deze omstandigheden in strafmatigende zin mee. Verder houdt de rechtbank rekening met persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij heeft spijt betuigd en openheid van zaken gegeven. De verdachte lijkt de ernst en het kwalijke van zijn handelen in te zien.
Daarom wordt een taakstraf van 200 uur opgelegd met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Ook wordt aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf een contactverbod met het slachtoffer en de medeverdachte als bijzondere voorwaarde, zoals door de officier van justitie is verzocht.

5.In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder de verdachte in beslag genomen balletjespistool en de verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beslist dat het in beslag genomen balletjespistool (nummer 1) en de verdovende middelen (nummers 2 en 3) worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet. Deze voorwerpen zijn tijdens het onderzoek naar het strafbare feit aangetroffen.

6.Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde]
heeft als benadeelde partij voor het feit € 6.603,97 als vergoeding voor materiële schade en € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.900,-, bestaande uit €1.150,- materiële schade en € 750,- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij kan niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering ten aanzien van de beveiligingskosten, omdat het causaal verband met het strafbare feit ontbreekt. Voor het overige kan de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, omdat de vaststelling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de beveiligingskosten moet worden afgewezen omdat deze kosten niet nodig of redelijk zijn. Ten aanzien van het eigen risico van de zorgverzekering, het geldbedrag van € 800,-, de televisie en de telefoon van het merk Maxcom heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het overige deel van de vordering moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte alle goederen heeft weggenomen.
Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging verzocht deze scherp te matigen en aan te sluiten bij het bedrag van € 750,-, zoals voorgesteld door de officier van justitie.
6.1.
Oordeel van de rechtbank
6.1.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt, voor zover deze betrekking heeft op de medicatiekosten, het eigen risico van de zorgverzekering, het geldbedrag van € 800,- en de televisie toegewezen. Dit deel van de vordering is voldoende onderbouwd en is door de verdediging niet weersproken. Hetzelfde geldt voor de schadevergoeding voor de telefoon van het merk Maxcom, zij het dat deze naar billijkheid wordt begroot op € 50,- gelet op de ouderdom van de telefoon en de daarbij behorende afschrijving. Wat meer is gevorderd wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van de beveiligingskosten zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat deze kosten rechtstreeks verband houden met het bewezen verklaarde feit.
Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat ziet op de overige weggenomen goederen, heeft de verdediging betwist. De benadeelde partij heeft daartegenover de vordering onvoldoende onderbouwd. Voor dit deel zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Dit betekent dat de verdachte € 1.605,55 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
6.1.2.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in zijn persoon aangetast.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 525,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.
6.1.3.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 26 december 2024.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 21 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36d, 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 3 (drie) maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarde dat:
1. de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met:
- het slachtoffer [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1969 in [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] );
- de medeverdachte [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 3] 2008 in [geboorteplaats 3] ;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 200 (tweehonderd) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat
194 (honderdvierennegentig) uur taakstrafmoet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
97 (zevenennegentig) dagen;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart onttrokken aan het verkeer het balletjespistool (nummer 1) en de verdovende middelen (nummers 2 en 3);
Voorlopige hechtenis
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde] , te betalen een bedrag van
€ 2.130,55, bestaande uit € 1.605,55 als vergoeding van materiële schade en € 525,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 26 december 2024 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;
bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil;
legt aan de verdachte voor het feit
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] aan de staat
€ 2.130,55te betalen, en de wettelijke rente vanaf 26 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
21 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. S. Zuidwijk en M.S. Polet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 maart 2026.
Mrs. Zuidwijk en Polet zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
2.Verklaard tijdens de zitting van 16 februari 2026.
3.Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal] .