ECLI:NL:RBROT:2026:300

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
ROT 25/1087
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen UWV

Verzoekster stelde op 28 januari 2025 beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar door het UWV. Nadat het UWV alsnog een beslissing op bezwaar nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank beoordeelde het verzoek en stelde vast dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen. Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe.

De vergoeding werd berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de rechtsbijstand een vast bedrag per proceshandeling werd toegekend, verminderd met een factor vanwege het lichte gewicht van de zaak. Tevens wees de rechtbank erop dat het griffierecht door het UWV vergoed moet worden.

De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E.C. Debets op 15 januari 2026 zonder zitting.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/1087

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoekster], uit Dordrecht, verzoekster

(gemachtigde: mr. A.T. Meijhuis),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. S. Roodenburg).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift. Verzoekster heeft haar beroep ingetrokken, omdat het UWV een beslissing op bezwaar heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft hierop met de brief van 4 september 2025 gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
5. Op 28 januari 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het uitblijven van het nemen van een beslissing op bezwaar door het UWV. Het UWV heeft hierna een beslissing op bezwaar genomen. Met het nemen van een beslissing op bezwaar is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
6. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 467,-.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.
de griffier is verhinderd te tekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.