ECLI:NL:RBROT:2026:30

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
10-049790-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van deelname aan rellen en veroordeling voor wapenbezit en vuurwerk tijdens jaarwisseling in 's-Gravendeel

Op 7 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die betrokken was bij de ongeregeldheden tijdens de jaarwisseling van 2022-2023 in 's-Gravendeel. De verdachte werd beschuldigd van deelname aan rellen waarbij politiemedewerkers werden beschoten met zwaar vuurwerk en andere geweldsdelicten. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was om vast te stellen dat de verdachte actief had deelgenomen aan de rellen of geweld had gepleegd tegen de politie. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van de beschuldigingen van zware mishandeling en openlijk geweld. Echter, de rechtbank vond wel bewijs voor het voorhanden hebben van wapens, waaronder boksbeugels, een ploertendoder en professioneel vuurwerk. De verdachte werd hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien dagen, met aftrek van de tijd die hij al in voorarrest had doorgebracht. De rechtbank verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen, omdat de verdachte voor de feiten 1 en 2 werd vrijgesproken.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-049790-23
Datum uitspraak: 7 januari 2026
Datum zitting: 1, 2 en 4 december 2025 en 7 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. J. Vermaat
Officier van justitie: mr. J. Spaans en mr. M. Vollebregt
Benadeelde partijen: [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] en [benadeelde 21]
Advocaat van de benadeelde partijen: mr. E. Benhaim
Kern van het vonnis
Tijdens de jaarwisseling van 2022-2023 was er grote onrust in 's-Gravendeel. Politie ter plaatse, waaronder de Mobiele Eenheid (ME), werd beschoten met zwaar vuurwerk dat werd gegooid vanuit een groep in het zwart geklede en van gezichtsbedekking voorziene personen. Er lagen kraaienpoten op de weg, kennelijk om de politie te belemmeren haar taak uit te oefenen. De verdachte was die avond, samen met medeverdachten, op een feestje in ’s Gravendeel. Het Openbaar Ministerie vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een aandeel heeft gehad in de ongeregeldheden en aanval tegen de politie.
De rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij, omdat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte actief heeft deelgenomen of bijgedragen aan de rellen. Ook kan op basis van de in telefoons aangetroffen berichten niet wettig en overtuigend worden vastgesteld dat deze verdachte geweld in de richting van politiemedewerkers samen met anderen heeft voorbereid.
De verdachte wordt wel veroordeeld voor het voorhanden hebben van een balletjespistool, boksbeugels, een ploertendoder en illegaal vuurwerk.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
primair
hij op 1 januari 2023 te 's-Gravendeel, gemeente Hoeksche Waard, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en diens mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade verbalisanten van de politie Eenheid Rotterdam, te weten [slachtoffer 1] (hoofdagent) en [slachtoffer 2] (aspirant) en verbalisanten, zijnde groepsleden van de Mobiele Eenheid van politie Eenheid Rotterdam, te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15] en [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] , zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- zwaar (illegaal) vuurwerk en vuurwerkbommen op/tegen voornoemde verbalisanten heeft afgeschoten en gegooid, waarbij voornoemde vuurwerk/vuurwerkbommen vlakbij/naast de lichamen en hoofden/gezichten van voornoemde verbalisanten tot ontploffing is/zijn gekomen en
- ( met kracht) stenen en glaswerk in de richting van voornoemde verbalisanten heeft gegooid,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 1 december 2022 tot en met 1 januari 2023 te 's-Gravendeel, gemeente Hoeksche Waard en te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met voorbedachten rade, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/ of vervoermiddelen, te weten ploertendoders, boksbeugels, kraaienpoten en (illegaal) zwaar vuurwerk, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd en voorhanden heeft gehad;
2
hij op 1 januari 2023 te 's-Gravendeel, gemeente Hoeksche Waard, openlijk, te weten, op of aan de Smidsweg en de Langestraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen verbalisanten van de politie Eenheid Rotterdam, te weten [slachtoffer 1] (hoofdagent) en [slachtoffer 2] (aspirant) en verbalisanten, zijnde groepsleden van de Mobiele Eenheid van politie Eenheid Rotterdam, te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en J. Willemsen en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] , door
- zwaar (illegaal) vuurwerk en vuurwerkbommen op/tegen voornoemde verbalisanten af te schieten en te gooien, waarbij voornoemde vuurwerk/vuurwerkbommen vlakbij/naast de lichamen en de hoofden/gezichten van voornoemde verbalisanten tot ontploffing is/zijn gekomen en
- met kracht stenen en glaswerk in de richting van voornoemde verbalisanten te gooien en dreigend zich op te dringen aan voornoemde ambtenaren en
- daarbij dreigend ploertendoders aan voornoemde ambtenaren te tonen /voor te houden en
- daarbij aan die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en andere verbalisanten de weg te versperren, en daarbij te verhinderen dat die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en anderen met een politievoertuig weg konden rijden en
- naar/in de richting van voornoemde ambtenaren te schelden, met de woorden: 'Kankerlijers', 'Kanker op joh' en 'Kankerpolitie' en
- met kracht tegen het politieschild van die [slachtoffer 4] te trappen;
3
hij op 31 maart 2023 te Rotterdam, wapens als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten boksbeugels en een ploertendoder voorhanden heeft gehad;
4
hij op 31 maart 2023 te Rotterdam een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een balletjespistool, zijnde een nabootsing van een pistool dat voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een Smith and Wesson 1911 PC Custom Performance Center, voorhanden heeft gehad;
5
hij op 31 maart 2023 te Rotterdam een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een busje CS gas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;
6
hij op 31 maart 2023 te Rotterdam, opzettelijk een hoeveelheid (hierna te noemen) professioneel vuurwerk, te weten
4 Romeinse kaarsen,
150 stuks kanonslagen (Crackers),
10 stuks "Black Dragon" (knalvuurwerk),
11 stuks "Spanish Crackers" (knalvuurwerk),
10 stuks "Ultrabomb XL" (knalvuurwerk) en
2 stuks Bengaals vuur
bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad.

2.Vrijspraak feit 1, 2 en 5

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte fysiek bij de rellen aanwezig was en actief daaraan heeft bijgedragen. Subsidiair stelt de officier van justitie dat de verdachte de aanval met anderen heeft voorbereid. De verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 5.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2 en 5. De verdachte ontkent aanwezig te zijn geweest bij de rellen en evenmin enig ander aandeel te hebben gehad in het geweld tegen de politiemedewerkers.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
De beschuldigingen onder feit 1, 2 en 5 zijn niet bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
2.3.1.
Algemene overweging
Tijdens de jaarwisseling van 2022-2023 was er grote onrust in 's-Gravendeel. Een groep van tientallen personen stak vuurpijlen en ander zwaar vuurwerk af en schoot dat ook in de richting van andere personen op straat, onder wie gezinnen met kinderen. Toen hierop de politie, waaronder de ME, ter plaatse kwam, bleek dat er kraaienpoten en een boom op de weg waren gelegd, kennelijk om de politie te belemmeren haar taak uit te oefenen. Toen enkele politieagenten die obstakels wilden verwijderen, werden zij bestookt met zwaar vuurwerk door een groep in het zwart geklede en van gezichtsbedekking voorziene personen. Ook andere politiemensen werden bekogeld met zwaar vuurwerk, glas en stenen. Een deel van het vuurwerk kwam tot ontploffing tegen of dicht in de buurt van de politiemensen of hun voertuig. Ook kwamen personen op hen afgerend met een ploertendoder en boksbeugel. Minutenlang bleef het gooien van vuurwerk en andere voorwerpen, het beledigen, het aannemen van een dreigende houding en het zich opdringen aanhouden. Nadat de ME de groep had ingesloten en gecontroleerd, troffen zij onder meer zware en professionele vuurwerkstukken zoals
shells(mortierbommen) en cobra’s op de grond aan. Volgens de rapporten van het NFI en TNO kan dergelijk zwaar vuurwerk tot zwaar lichamelijk letsel – of erger – leiden. Bij de ME’ers was er grote angst voor blijvend letsel. Deze angst is sprekend naar voren gebracht in de slachtofferverklaringen op zitting. Door twintig politieambtenaren werd aangifte gedaan.
Op 31 december 2022 vierde de verdachte met de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] samen oud en nieuw, in de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres 2] in ’s-Gravendeel. Op 13 december 2022 is een WhatsApp-groep aangemaakt met alle genodigden.
Op 1 januari 2023 tussen 00:15 uur en 01:15 uur was verbalisant [slachtoffer 23] aanwezig in het centrum van ’s-Gravendeel. Rond 00:15 uur zag hij de medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op straat nabij het vreugdevuur. De verbalisant herkende naast de medeverdachten nog meer personen die tot de harde kern van Feyenoord zouden behoren. De totale groep bestond uit 20 à 25 personen, waarvan enkele personen hun gezicht bedekt hadden. Ten aanzien van de medeverdachten maakt de verbalisant geen expliciete melding van gezichtsbedekkende kleding. Rond 01:00 uur sprak hij met de medeverdachte [medeverdachte 1] , die hem zei dat de groep zo terug naar zijn huis zal gaan. Tussen 00:15 uur en 01:15 uur rapporteert [slachtoffer 23] geen ongeregeldheden en omschrijft hij in goed contact te zijn met genoemde personen.
Verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren rond 00:30 uur aanwezig in ’s-Gravendeel. Zij omschrijven dan een specifieke groep te zien die uit ongeveer 30 jongeren bestond met allemaal gezichtsbedekkende kleding waaronder een grotere, gezette persoon met een wit trainingspak met zwarte stroken. Rond 01:30 uur werden [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij het verwijderen van obstakels beschoten met zwaar vuurwerk door een groep in het zwart geklede en van gezichtsbedekking voorziene personen. Rond 01:40 uur kwam de ME ter plaatse. Rond 01:50 uur hadden zij een groep van ongeveer 50 personen ingesloten.
De verdachte heeft verklaard dat hij aanwezig was op het moment dat de ME startte met het insluiten van personen en dat hij daaruit heeft kunnen ontsnappen, waarna hij terug is gegaan naar de woning van [medeverdachte 1] . Hij ontkent een aandeel te hebben gehad in het geweld richting de politiemedewerkers.
2.3.2.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de verdachte een actieve bijdrage aan de rellen heeft geleverd, fysiek of op andere wijze, bijvoorbeeld door de rellen voor te bereiden.
De rechtbank stelt op basis van de hiervoor weergegeven inhoud van het dossier vast dat er die nacht meerdere verschillende groepen in het centrum van ’s-Gravendeel op straat aanwezig waren van wie een deel in het zwart gekleed was en een (kleiner) deel gezichtsbedekkende kleding droeg. Er is niet vastgesteld of en in hoeverre die groepen met elkaar in verbinding stonden of gestaan hadden en evenmin of zij die nacht dezelfde doelen nastreefden. Uit het dossier blijkt verder dat er, naast de ongeregeldheden, ter gelegenheid van de jaarwisseling ook vuurwerk werd afgestoken en een vreugdevuur werd gemaakt.
Anders dan het Openbaar Ministerie stelt, wordt door de verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet concreet verwezen naar een groep waartoe de verdachte en/of zijn medeverdachten zouden behoren als het gaat om de personen die de verbalisanten eerder die avond hebben aangevallen. De enige verbalisant die specifiek spreekt over drie medeverdachten is verbalisant [slachtoffer 23] . [slachtoffer 23] spreekt echter niet over een specifieke identificeerbare groep en noemt meerdere andere personen die hij ook herkent. Er is in het dossier geen steun te vinden voor de aanname dat de door [slachtoffer 23] genoemde personen onderdeel uitmaken van specifiek dezelfde groep als die waar verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] over spreken. De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat de verdachte actief heeft deelgenomen aan de aanval op of geweldshandelingen heeft verricht tegen de politie en/of ME. Het feit dat de verdachte die avond ook in het centrum was, is onvoldoende onderscheidend om te stellen dat hij deel heeft uitgemaakt van de groep relschoppers. Ook het feit dat de verdachte uit de ingesloten groep personen is ontsnapt brengt op zichzelf nog niet mee dat hij een actieve bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Het merendeel van de ingeboxte groep kon immers niet in verband worden gebracht met het geweld richting de politiemedewerkers. Ook het feit dat uit appverkeer van de verdachte achteraf lijkt te volgen dat hij op enig moment gedurende de jaarwisseling letsel heeft opgelopen maakt deze conclusie niet anders. De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat de verdachte gedurende de oudejaarsnacht geweldshandelingen heeft verricht tegen de politie en/of ME.
Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair en feit 2 ten laste gelegde dient de rechtbank per verdachte nauwgezet te bekijken wat zijn aandeel is in het geheel, waarbij de rechtbank ook de groepschat van de verdachten en de daarin uitgewisselde berichten betrekt.
Over de interpretatie van chatberichten in een groepschat merkt de rechtbank in algemene zin het volgende op. De rechtbank kan niet zonder meer aannemen dat geschreven chatberichten over bepaalde strafbare gedragingen gaan, als dat door de betrokkenen wordt ontkend. Dat kan alleen dan, als die gesprekken maar voor één uitleg vatbaar zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als een verdachte daarin zelf met zoveel woorden zegt dat hij die strafbare gedragingen heeft gepleegd. Berichten van deze strekking van de verdachte of een van de medeverdachten heeft de rechtbank niet gelezen. De gesprekken zijn dus voor meerdere uitleg vatbaar. Dat hoeft die gesprekken niet onbruikbaar te maken voor het bewijs, maar de rechtbank neemt dan wel voorzichtigheid in acht bij het geven van een interpretatie van die gesprekken. Die voorzichtigheid brengt mee dat goed moet worden gekeken naar de inhoud en het onderling verband van die gesprekken en naar het verband met andere bewijsmiddelen. Ook de context van een groepschat waarin in korte tijd veel berichten met soms sterke teksten worden uitgewisseld is relevant.
Bij dat onderzoek kan ook van belang zijn wat over de deelnemers aan de gesprekken, of over anderen die in die gesprekken ter sprake komen, nog meer is gebleken.
In dat kader overweegt de rechtbank het volgende. In ’s-Gravendeel hebben al eerder (dat wil zeggen: vóór de jaarwisseling van 2022-2023) ongeregeldheden plaatsgevonden tijdens oud en nieuw, met name door overlast gevende personen die zwaar, illegaal vuurwerk afsteken waar de politie tegen moest optreden. Om die reden is er in de aanloop naar de jaarwisseling van 2022-2023 preventief een camerapaal geplaatst in het dorp. In de appgroep van de verdachten wordt gesproken over (het neerhalen van) deze camerapaal en het maken van een vreugdevuur. Ook leest de rechtbank berichten over het kopen en afsteken van vuurwerk, zowel (legaal) in Duitsland als illegaal zwaar vuurwerk (cobra’s en
shells). Uit de berichten kan echter niet worden afgeleid dat het vuurwerk is bedoeld voor geweld richting de politie. Hoewel er ook berichten tussen zitten die negatief of sarcastisch over de politie spreken en er soms brute en lelijke opmerkingen in die richting worden gemaakt, merkt de rechtbank op dat er door specifiek de verdachte zelf of een van de medeverdachten geen berichten verzonden zijn die concreet zien op (het voorbereiden van) een aanval op of geweld tegen politie of de ME. De enige concrete berichten over gerichte geweldacties tegen de ME zijn afkomstig van de reeds veroordeelde [veroordeelde] . Ook zijn er op de telefoons van de (mede)verdachte(n) geen andere berichten aangetroffen die wijzen op een plan van geweld richting de politie. Van onderling contact om plannen uit te wisselen en/of voor te bereiden met andere groepen of personen en (reeds veroordeelde) verdachten die in ’s-Gravendeel aanwezig waren die nacht blijkt evenmin uit het dossier.
Op basis van de berichten in het dossier kan de rechtbank niet wettig en overtuigend vaststellen dat deze verdachten geweld in de richting van politiemedewerkers aan het voorbereiden waren. De rechtbank concludeert dat er ook overigens geen aanwijzingen in het dossier aanwezig zijn die daarop wijzen.
2.3.3.
Vrijspraak feit 5
De beschuldiging onder feit 5 is niet bewezen, omdat het busje cs gas niet in de woning van de verdachte is aangetroffen. De verdachte wordt daarvan dus ook vrijgesproken.
2.3.4.
Conclusie
De rechtbank kan op basis van bovenstaande niet vaststellen dat de verdachte een actieve bijdrage heeft geleverd aan het geweld tegen de politiemedewerkers. Ook van een voorbereiding van zware mishandeling is geen sprake. De verdachte wordt dus vrijgesproken van feit 1, 2 en 5.

3.Bewijs feit 3, 4 en 6

3.1.
Vordering officier van justitie en standpunt verdediging
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 3, 4 en 6. De verdediging refereert zich ten aanzien van de feiten 3 en 6 aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft vrijspraak verzocht voor feit 4, omdat het aangetroffen balletjespistool geen sprekende gelijkenis vertoont met het in de tenlastelegging opgenomen vuurwapen.
3.2.
Oordeel van de rechtbank
3.2.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte boksbeugels, een ploertendoder, een balletjespistool en professioneel vuurwerk aanwezig heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.2.2. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Ten aanzien van feit 4 wordt het verweer van de verdediging verworpen. Het aangetroffen wapen was voor bedreiging of afdreiging geschikt. De verdachte heeft de feiten bekend. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven [1] .
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie [3]
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
4.
Proces-verbaal van de politie [5]
5.
Proces-verbaal van de politie [6]
6.
Proces-verbaal van de politie [7]
7.
Proces-verbaal van de politie [8]
3.2.2.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 3
hij op 31 maart 2023 te Rotterdam, wapens als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten boksbeugels en een ploertendoder voorhanden heeft gehad;
Feit 4
hij op 31 maart 2023 te Rotterdam een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een balletjespistool, voorhanden heeft gehad;
Feit 6
hij op 31 maart 2023 te Rotterdam, opzettelijk een hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten
4 Romeinse kaarsen,
150 stuks kanonslagen (Crackers),
10 stuks "Black Dragon" (knalvuurwerk),
11 stuks "Spanish Crackers" (knalvuurwerk),
10 stuks "Ultrabomb XL" (knalvuurwerk) en
2 stuks Bengaals vuur
bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 3
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
Feit 4
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Feit 6
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.
4.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1, 2, 3, 4 en 6 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van het voorarrest.
5.2.
Oordeel van de rechtbank
5.2.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van zwaar vuurwerk en meerdere wapens, te weten twee boksbeugels, een ploertendoder en een balletjespistool. Deze spullen lagen in de woning van de verdachte. Het ongecontroleerde bezit van dergelijke wapens brengt onaanvaardbare risico’s met zich en veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de samenleving, temeer doordat dergelijke wapens niet zelden worden gebruikt bij het plegen van andere strafbare feiten.
Door illegaal vuurwerk voorhanden te hebben heeft de verdachte onverantwoorde risico’s genomen en de algemene veiligheid van personen en goederen ernstig in gevaar gebracht. Het gaat om professioneel vuurwerk dat krachtige explosies teweeg brengt. Algemeen bekend is dat bij het afsteken van dergelijk professioneel en zwaar vuurwerk door particulieren met regelmaat iets fout kan gaan en dat daarbij ernstig letsel aan personen en schade aan goederen kan ontstaan.
5.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 oktober 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
5.2.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 31 maart 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna drie jaar verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf, waarvan een deel in mindering zal worden gebracht.
5.2.4.
Oplegging straf
Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met bovenstaande feiten en omstandigheden en straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Uit die oriëntatiepunten blijkt dat voor de door de verdachte gepleegde feiten, doorgaans (hoge) geldboetes worden opgelegd. Gezien het feit dat de verdachte reeds enige tijd in voorarrest heeft doorgebracht, zal de rechtbank de geldboete omzetten naar een gevangenisstraf. Daarom wordt een gevangenisstraf van veertien dagen opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht.

6.Voorlopige hechtenis

Het Hof heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 12 mei 2023 geschorst onder voorwaarden. De rechtbank heft het bevel tot de voorlopige hechtenis van de verdachte op.

7.Vordering van de benadeelde partijen

7.1.
Immateriële vordering feit 1 en 2
De advocaat mr. E. Benhaim heeft als gemachtigde van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] en [benadeelde 21] ten aanzien van feit 1 en 2 een vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen, omdat de verdachte voor feit 1 en 2 wordt vrijgesproken.

8.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 13 en 55 van de Wet Wapens en Munitie, artikel 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

9.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 5 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 3, 4 en 6 zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 14 (veertien) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vorderingen benadeelde partijen
verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] en [benadeelde 21] niet-ontvankelijk in de vordering.

10.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en H.J. de Kraker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 januari 2026.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Corvus Pes met nummer [nummer proces-verbaal] .
2.Verklaard tijdens de zitting van 1 december 2025.
3.Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 611 e.v. van het einddossier.
4.Proces-verbaal van omschrijving wapen ploertendoder, pagina 628 e.v. van het einddossier.
5.Proces-verbaal van omschrijving wapen balletjespistool, pagina 632 e.v. van het einddossier.
6.Proces-verbaal van omschrijving wapen boksbeugel, pagina 637 e.v. van het einddossier.
7.Proces-verbaal van omschrijving wapen boksbeugel, pagina 639 e.v. van het einddossier.
8.Proces-verbaal van onderzoek vuurwerk, pagina 796 e.v. van het einddossier.