ECLI:NL:RBROT:2026:2920
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen spoedsluiting horeca-inrichting na explosie
De burgemeester van Rotterdam heeft op 15 maart 2026 de horeca-inrichting van verzoeker met spoed voor twee weken gesloten na een explosie nabij het pand, waarbij ook schade aan de inrichting werd vastgesteld. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze spoedsluiting en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 20 maart 2026 en concludeerde dat de burgemeester terecht de spoedsluiting heeft opgelegd vanwege het ernstige geweldsincident dat de openbare orde en leefbaarheid ernstig heeft verstoord. De burgemeester kon op basis van de politie-rapportage en het lopende onderzoek aannemelijk maken dat de spoedsluiting noodzakelijk blijft.
Hoewel verzoeker belang heeft bij het openhouden van zijn horeca-inrichting, weegt het algemeen belang bij het herstel van de openbare orde en een veilig leefklimaat zwaarder. De voorzieningenrechter achtte de sluiting proportioneel en van beperkte duur, en vond geen onderbouwing dat verzoeker door de sluiting in ernstige financiële problemen zou komen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waardoor de horeca-inrichting gesloten mag blijven. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de spoedsluiting van de horeca-inrichting wordt afgewezen, waardoor de sluiting gehandhaafd blijft.