Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 november 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlage.
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt een woning en garage van Stichting Waterweg Wonen en heeft een huurachterstand van €780,84 voor januari 2026. Waterweg Wonen vordert betaling van deze achterstand, een verklaring voor recht dat de huurder zich niet als goed huurder gedraagt door structureel te laat betalen, en een dwangsom voor toekomstige te late betalingen.
De huurder betwist de vordering deels en stelt dat de achterstand inmiddels is betaald en dat hij slechts drie weken te laat was. Hij vindt dat Waterweg Wonen hem eerst had moeten waarschuwen en weigert proceskosten te betalen. Waterweg Wonen stelt dat de huur van januari 2026 niet is betaald en dat de proceskosten voor rekening van de huurder moeten komen.
De kantonrechter oordeelt dat de huur van januari 2026 niet is betaald en veroordeelt de huurder tot betaling van €780,84 en de proceskosten van €846,15. De verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan belang en de dwangsom wordt afgewezen omdat deze niet kan worden gekoppeld aan een veroordeling tot betaling van een geldbedrag. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en proceskosten, verklaring voor recht en dwangsom worden afgewezen.