ECLI:NL:RBROT:2026:2915
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzage persoonsgegevens en dossier Wmo
Verzoeker heeft op 28 november 2025 verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens en dossier bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verstrekte op 18 december 2025 een kopie van het Wmo-dossier, maar verzoeker was hiermee niet akkoord en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 9 maart 2026, waarbij verzoeker afwezig was. Verzoeker stelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege een lopende procedure bij de Centrale Raad van Beroep over zijn Ziektewet-uitkering, maar dit belang werd onvoldoende aannemelijk gemaakt.
De voorzieningenrechter overwoog dat de procedure bij de Centrale Raad van Beroep nog lang kan duren en dat de gevraagde maatregelen geen voorlopig karakter hebben. Tevens werd geoordeeld dat het inzagerecht op grond van de AVG niet bedoeld is voor een gedetailleerd overzicht van alle activiteiten en interventies of een volledige reconstructie van handelingen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening inzake inzage persoonsgegevens en dossier wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.