De burgemeester van Rotterdam heeft besloten om de sluitingstijd van een café met drie uur te vervroegen voor de duur van één maand en het café een jaar lang te verbieden gebruik te maken van incidentele ontheffingen, vanwege een geconstateerde overschrijding van de geluidsnormen op 24 oktober 2025.
Verzoeker betwist de toerekening van de geluidsoverlast aan zijn café en stelt dat de overlast afkomstig is van een naastgelegen horecagelegenheid. Ook voert hij aan dat sinds de overtreding geen geluidsoverlast meer is geconstateerd en dat de maatregel onredelijke financiële gevolgen heeft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht heeft mogen afgaan op de deskundige meetrapporten van de DCMR en dat de maatregel proportioneel en geschikt is om de openbare orde en het leefklimaat te beschermen. Het spoedeisend belang is aanwezig, maar de schorsing van het besluit wordt opgeheven en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.